Tekst vergroten Tekst verkleinen Letter afstand vergroten Letter afstand verkleinen

Blief ik? Ik blief! Jongeren over wonen in aardbevingsgebied.

Voor het nog te ontwikkelen project “Toekomst van jongeren in Groningen”, ook wel “de stem van jongeren”, zijn CMO STAMM, Jongerenwerk Barkema en De Haan en twee acteurs bezig om jongeren te mobiliseren om mee te praten over de toekomst van het aardbevingsgebied.

Onlangs zijn er ludieke acties op diverse schoolpleinen geweest. Tot eind mei verzamelen we zoveel mogelijk likes van jongeren op onze Facebookpagina. Als er genoeg likes en respons komen, wordt subsidie gezocht. Het doel is eind dit jaar een festival met landelijke uitstraling, waarbij allerlei thema’s aan de orde komen. Het woord is nu aan de jongere. Zegt de jongere daar: “Ik blief” of juist “Ik ben’t zat”.

Ben of ken jij een jongere in het aardbevingsgebied? Like onze Facebookpagina of laat een respons achter.

ik blief

Het leven van mensen wordt volledig beheerst door de aardbevingen; het is en blijft ‘het gesprek van de dag’, de angst en onzekerheid en erkenning door de overheid.

Dit is momenteel de situatie voor de inwoners van het aardbevingsgebied van Groningen. Elke dag worden de mensen met de gevolgen van de aardbevingen geconfronteerd. Door het meemaken van een aardbeving zelf, de schade die deze bevingen aan de huizen veroorzaken, het gehele proces van schadeafhandeling. CMO STAMM en Sociaal Planbureau Groningen onderzochten de beleving en de meningen van de bewoners zelf; met welke problemen hebben ze te maken en welke oplossingsrichtingen zien ze. Dit maakt onderdeel van het grootschalige woningsmarkt onderzoek van de TU Delft.

Uit ons onderzoek blijkt dat de problemen in het aardbevingsgebied zich opstapelen. Veel mensen voelen zich onveilig en willen vertrekken uit de provincie. De woningmarkt functioneert niet goed meer. Het vertrouwen in overheid en NAM is tot een dieptepunt gedaald.

Vrijwel alle ruim 600 deelnemers aan de Versnellingssessies en bewonersavonden waren positief over het verloop van de bijeenkomsten. De mogelijkheid dat mensen hun stem konden laten horen en hun gevoelens en emoties konden uiten werden zeer op prijs gesteld. Tegelijk waren er ook sceptische en boze reacties. Vooral over het onrecht dat de mensen wordt aangedaan en om het feit dat sommige mensen dusdanig veel schade aan hun huis hebben dat ze totaal geen uitweg of kansen meer zien.

Lees hier het volledige rapport

Minister Kamp heeft gereageerd op het onderzoek en laat via een woordvoerder weten: ,,De uitkomst van het onderzoek is ernstig. Het maakt duidelijk dat er de komende jaren nog veel werk te verrichten is om de veiligheid en leefbaarheid in Groningen te verbeteren en daarmee het vertrouwen van de Groningers terug te winnen”.

Achtergrond

Dit onderzoek maakt onderdeel uit van een grootschalig woningmarktonderzoek in het aardbevingsgebied dat is gedaan door OTB Onderzoek voor de gebouwde omgeving van de Technische Universiteit Delft in samenwerking met CMO STAMM en Sociaal Planbureau Groningen in 2015. De opdracht werd verstrekt door de Dialoogtafel Groningen. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in 9 gemeenten die ten tijde van het onderzoek werden afgebakend als het aardbevingsgebied van Groningen. Te weten: Appingedam, Bedum, De Marne, Delfzijl, Eemsmond, Loppersum, Slochteren, Ten Boer en Winsum. De verdiepende gesprekken met bewoners zijn gehouden in oktober en november 2015.

Op 21 januari ontving de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) de eindconclusies en adviezen van het Woningmarktonderzoek, uit handen van de begeleidingscommissie Woningmarkt van de Dialoogtafel. Het Woningmarktonderzoek is een breed onderzoek naar verschillende aspecten van de woningmarkt en is uitgevoerd door de faculteit Bouwkunde van TU Delft in samenwerking met CMO STAMM. Op basis van de resultaten adviseren zij NCG o.a. de bestaande waardevermeerderingsregeling in stand te houden, meer zekerheid te bieden aan bewoners/eigenaren die hun woning willen verkopen en een meer generieke opkoopregeling te hanteren. Geert-Jan ten Brink, voorzitter begeleidingscommissie Woningmarktonderzoek : “Ik vind de resultaten zeer schokkend. De leefbaarheid in het aardbevingsgebied is sterk verslechterd. Veel bewoners voelen zich onveilig en de woningmarkt functioneert dramatisch.”

Leefbaarheid is verslechterd

Uit het onderzoek komt naar voren dat bijna 1 op de 3 huishoudens (ruim 15.000) in de negen aardbevingsgemeenten* zich onveilig voelen als gevolg van de aardbevingen.

Bijna 4.000 huishoudens kampen met psychische problemen als gevolg van de aardbevingsproblematiek. Sinds de sterke aardbeving in Huizinge in augustus 2012 is de leefbaarheid in het Groninger aardbevingsgebied aanzienlijk verslechterd. In 2012 was de tevredenheid met de woonomgeving in het aardbevingsgebied vergelijkbaar met de rest van Nederland. In 2015 is de tevredenheid echter sterk gedaald. Hiermee behoort het aardbevingsgebied tot de slechtst scorende gebieden van Nederland.

Weinig vertrouwen in de overheid

Veel mensen hebben weinig tot geen vertrouwen meer in de overheid. De bewoners zijn van mening dat de overheid en de NAM veel te weinig doen om de negatieve effecten van de aardbevingsproblematiek aan te pakken. Het gevoel heerst dat de overheid de kant van de NAM kiest en geen volledige verantwoordelijkheid neemt. De schadeafhandeling en de procedures daaromheen geven de bewoners van het aardbevingsgebied veel zorg en frustratie. “De waardevermeerderingsregeling was een positief lichtpuntje en zou alleen al om die reden in stand gehouden moeten worden”, aldus Ten Brink. Veel mensen willen het gebied verlaten als er niet snel iets verandert.

Woningmarkt onder druk

De bevolkingskrimp en de aardbevingen hebben er toe geleid dat er in het aardbevingsgebied geen sprake meer is van een normaal functionerende koopwoningmarkt. Met name de combinatie van krimp en aardbevingen is een giftige cocktail voor de toekomst.

Het herstel van de koopwoningmarkt in het aardbevingsgebied blijft achter bij de rest van de provincie Groningen (exclusief de gemeente Groningen) en bij Nederland. Dat blijkt uit de hoeveel woningen die te koop staan, uit de ontwikkeling van het aantal verkochte woningen, de verkoopprijs, de verkooptijd, het verschil tussen transactieprijs en vraagprijs, het aantal te koop staande woningen en de gemiddelde looptijd van de te koop staande woningen.

Een ruimere opkoopregeling

In het plan van de NCG beperkt de opkoopregeling zich tot die woningen waarvan de veiligheid door middel van versterking niet snel genoeg kan worden gegarandeerd of waarvan de kosten voor schadeherstel en/of versterking groter zijn dan de economische waarde. Daarnaast kan ook in schrijnende situaties tot opkopen worden overgegaan.

De onderzoekers adviseren een uitbreiding van deze opkoopregeling naar alle gevallen waarin bewoners hun woning niet binnen een redelijke termijn voor een redelijke prijs kunnen verkopen. Bij een opkoopregeling kan het beste worden aangesloten bij de zogenaamde Moerdijkregeling, waarbij de woningwaarde van een individuele woning berekend wordt door de WOZ-waarde uit het verleden te indexeren naar het huidige moment.

Waardedalingsregeling

De onzekerheid over de waarde van de woning is een belangrijk negatief effect  van de aardbevingsproblematiek. Momenteel wordt een eventuele compensatie voor waardedaling pas na verkoop bepaald. Voor een goede waardecompensatieregeling is het van belang dat deze eenvoudig en transparant is, waarbij de bewoners vooraf zelf kunnen inschatten op hoeveel compensatie voor waardeverlies ze recht hebben. Ten Brink “De huidige methodiek voldoet hier niet aan en leidt achteraf tot veel onbegrip en frustratie. Bovendien bevat de gehanteerde methode een hoge onbetrouwbaarheidsmarge. De huidige regeling dient dan ook te worden aangepast en nieuwe alternatieve methoden kunnen verder worden uitgewerkt.”

Monitoren van de resultaten

De onderzoekers adviseren tot slot een onafhankelijke monitoringscommissie in te stellen die de leefbaarheid en de woningmarkt in het aardbevingsgebied gaat volgen. Ook zou deze commissie aanbevelingen voor noodzakelijk vervolgonderzoek kunnen doen. Zodat het niet bij deze momentopname blijft maar er op langere termijn een compleet en actueel beeld ontstaat.

* Appingedam, Bedum, De Marne, Delfzijl, Eemsmond, Loppersum, Slochteren, Ten Boer en Winsum

HOOFDRAPPORT

Woningmarkt- en leefbaarheidsonderzoek aardbevingsgebied Groningen

Deelrapporten en BIJLAGEN

Wonen en aardbevingen Groningen hoofdrapport

Wonen en aardbevingen in Groningen bijlagenboek

Wonen en leven met aardbevingen. Meningen van burgers

Migratiestromen in Noordoost Groningen

Eigen Huis Marktindicator – regionaal

Ontwikkelingen op de markt voor koopwoningen in Groningen

Risico’s en verkoopbaarheid van woningen literatuurstudie

Risico’s en compensatie literatuurstudie

Beoordeling woningmarktmodellen aardbevingsgebied Groningen

Onderzoek effecten aardbevingsproblematiek op gemeentefinanciën

Maandag heeft de begeleidingscommissie Woningmarkt van de Dialoogtafel Groningen een tussenadvies aan de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) aangeboden. Dit op basis van de resultaten van het woningmarktonderzoek in het aardbevingsgebied. Dit is een breed onderzoek naar verschillende aspecten van de woningmarkt dat in opdracht van de Dialoogtafel door onderzoeksafdeling OTB van de TU Delft. Het deelonderzoek naar woonbeleving en ervaringen met de aardbevingen voet OTB samen uit met CMO STAMM / Sociaal Planbureau Groningen.

De eindrapportage met de definitieve conclusies verschijnt eind januari 2016. Dat is te laat om nog als input en onderbouwing te kunnen fungeren voor het Meerjarenplan van de NCG. Vandaar dat de commissie heeft besloten om de voor het Meerjarenplan relevante onderdelen eerder aan te bieden. Het gaat dan met name om adviezen over de waardedalingsregeling en de (on)mogelijkheden voor een generieke opkoopregeling.

Aanpassen waardedalingsregeling

OTB heeft verschillende methoden en modellen om eventuele waardedaling van een woning als gevolg van gaswinning te bepalen onderzocht. Zij hebben deze vervolgens getoetst aan de eisen die volgens hen aan een goed functionerende waardedalingsregeling moeten worden gesteld. Die eisen zijn: de methode moet op grote schaal toepasbaar zijn, de methode moet als rechtvaardig ervaren worden door alle betrokkenen, de compensatie mag niet van invloed zijn op de transactieprijs om te voorkomen dat verkopers anticiperen op een hoge compensatie bij een te lage verkoopprijs en de methode moet inzichtelijk zijn voor de betrokkenen.

Conclusie is dat de huidige waardedalingsregeling van de NAM niet voldoet. De methode kost veel inzet, de kosten per taxatie zijn hoog en is niet inzichtelijk voor de bewoners. Daarom adviseert de commissie Woningmarkt van de Dialoogtafel aan de NCG een alternatieve methode uit te werken die zo goed mogelijk voldoet aan de gestelde eisen van toepasbaarheid, transparantie en rechtvaardigheid. OTB geeft hiervoor een aantal voorzetten. Het gekozen alternatief kan dan tevens inzetbaar zijn voor een opkoopregeling en/of voor een mogelijk toekomstige regeling die alle eigenaar/bewoners compenseert.

Een uitgebreidere opkoopregeling

De tussenrapportage onderschrijft de argumentatie van de Nationaal Coördinator Groningen dat een generieke opkoopregeling de woningmarkt in het aardbevingsgebied zal verstoren. In het huidige voorstel van de NCG beperkt de opkoopregeling zich tot die woningen waarvan de veiligheid door middel van versterking niet snel genoeg kan worden gegarandeerd of waarvan de kosten voor schadeherstel en/of versterking groter zijn dan de economische waarde. Daarnaast kan ook in schrijnende situaties tot opkopen worden overgegaan.

De commissie adviseert wel een uitbreiding van deze opkoopregeling omdat de onzekerheid over de verkoopbaarheid en waarde van de woning een belangrijk negatief effect is van de aardbevingsproblematiek. De commissie is met OTB van mening dat het niet kunnen verkopen van een woning binnen een redelijke termijn en tegen een redelijke prijs ook als een schrijnende situatie kan worden gezien.

Info algemeen

Het onderzoek wordt geleid door professor Peter Boelhouwer. OTB is onderdeel van de Faculteit Bouwkunde van de TU Delft en werkt in dit het deelonderzoek naar woonbeleving en woningbehoeften samen met CMO STAMM / Sociaal Planbureau Groningen. Het volledige onderzoek vindt plaats onder begeleiding van een regionale commissie.

In de begeleidingscommissie van het onderzoek nemen deel:

  • Geert Jan ten Brink, burgemeester Slochteren (voorzitter)
  • Huub Hansen, provincie Groningen (secretaris)
  • Jaccolien Masselink (gemeente Loppersum)
  • Albrechtus Tebbens Torringa (makelaar)
  • Karl Pladdet (Rabobank Noord-Groningen)
  • George de Kam (RUG)
  • Jan Veuger (Hanzehogeschool)
  • Cees de Hoop (namens de woningcorporaties in het gebied)
  • Herman Wessels (gemeente Appingedam)
  • Mariëlle Bakema (gemeente Winsum)
  • Susan Top (Dialoogtafel)

De Dialoogtafel organiseert een aantal bijeenkomsten in het aardbevingsgebied. Tijdens deze bijeenkomsten worden de eerste resultaten van het onderzoek ‘wonen en leven met aardbevingen’ gepresenteerd, dat in het voorjaar werd gehouden. Doel van de bijeenkomsten is dat bewoners hun ervaringen, ideeën en oplossingen delen met de onderzoekers.

Twee bijeenkomsten hebben inmiddels plaatsgevonden en de belangstelling is groot. De Dialoogtafel wil graag álle bewoners de kans geven om mee te praten en heeft de bijeenkomst in Loppersum, maandag 12 oktober a.s., dan ook uitgebreid. Deze was vol, maar daar kunt u zich nu weer voor aanmelden.

De bijeenkomsten gaan over de uitkomsten van de enquête én over de toekomst. Thema’s als ‘willen verhuizen’ en ‘leefbaarheid’ komen aan bod. Daarnaast toekomstvragen zoals “Wanneer zou u gebruik maken van een opkoopregeling en wat kan de overheid nog meer doen voor de veiligheid en leefbaarheid?”.

Om samen te kunnen zorgen voor goede oplossingen en regelingen die echt passen bij het gebied en de inwoners, zijn de inzichten van bewoners van groot belang.

U bent van harte uitgenodigd

logo dialoogtafel zonder rand

De aardbevingen in Groningen hebben invloed op het wonen en leven in de provincie. Om te meten hoe groot die invloed is, laat de Dialoogtafel Groningen in samenwerking met 9 gemeenten een omvangrijk onderzoek uitvoeren. De resultaten moeten helpen om beter in te spelen op de schade die gaswinning veroorzaakt en op de gevolgen voor het woon- en leefklimaat.

Eind mei wordt aan zo’n 19.000 mensen in de 9 gemeenten een uitnodiging gestuurd om een enquête in te vullen. Zij worden gevraagd hun mening te geven over verschillende onderwerpen. Bijvoorbeeld in hoeverre de aardbevingen gevolgen hebben voor (de waarde van) hun woning en het woonplezier. Ook wordt gevraagd of mensen willen verhuizen en of zij vinden dat de leefbaarheid wordt beïnvloed.

Het Groninger Panel wordt tevens gevraagd hun mening te geven.

Achtergrond

De resultaten van de enquête leveren input aan twee projecten. Ten eerste aan het Woningmarktonderzoek aardbevingsgebied Groningen. De Dialoogtafel heeft toenemende zorgen over de waardeontwikkeling – en verkoopbaarheid van huizen. Daarom is in mei 2015 een uitgebreide studie gestart met als centrale vraag: ‘Wat zijn de effecten van de bevingen op de Groningse woningmarkt’. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door OTB, Onderzoek voor de gebouwde omgeving onder leiding van prof.dr. P.J. Boelhouwer (TU Delft) en moet onder meer leiden tot een betere waardedalingsregeling. Ten tweede maakt de enquête deel uit van de Woon- en Leefbaarheidsmonitor Eemsdelta. De bevolking en het aantal huishoudens in de regio Eemsdelta (gemeenten Appingedam, Delfzijl, Eemsmond, Loppersum) neemt af. Het is moeilijk te voorspellen hoe de krimp de komende jaren uitpakt en welke gevolgen dat voor de leefbaarheid in dorpen en buurten heeft. Om daar zicht op te krijgen is een monitor ontwikkeld, onderdeel daarvan is een burgerpeiling. In Eemsdelta is deze peiling al vaker uitgevoerd, in de overige vijf gemeenten wordt deze in combinatie met het woningmarktonderzoek nu voor het eerst gedaan.

Aanpak

CMO STAMM/Sociaal Planbureau Groningen en het OTB voeren het onderzoek naar wonen en leven in het aardbevingsgebied uit. De 9 deelnemende gemeenten zijn: Appingedam, Bedum, Delfzijl, De Marne, Eemsmond, Loppersum, Slochteren, Ten Boer en Winsum. De vragenlijst kan via internet op de computer worden ingevuld. Ook is er een mogelijkheid de vragenlijst op papier in te vullen. De eerste resultaten worden in het najaar verwacht.

© 2021 CMO STAMM - Disclaimer - Privacyverklaring - Sitemap

X