Tekst vergroten Tekst verkleinen Letter afstand vergroten Letter afstand verkleinen

Drenten over ‘Wie en wat is een Nederlander?’.

Lianne Molenhuis, afgestudeerd in een master gericht op sociaal beleid, is het afgelopen halfjaar (2016in gesprek gegaan met ‘autochtone’ Drenten uit alle lagen van de bevolking over Nederlanderschap en de positie die etnische minderheden hierin hebben. Met andere woorden: hoe praten ‘autochtone’ Drenten over het Nederlanderschap van burgers met een migrantenachtergrond? Wat zijn volgens hen de criteria om Nederlander te zijn en voldoen etnische minderheden hieraan in hun ogen?

Het afstudeeronderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Meldpunt Discriminatie Drenthe dat gefaciliteerd wordt door CMO STAMM. Het Meldpunt wil zo meer zicht krijgen op achterliggende mechanismen bij de integratie en discriminatie van migranten in Drenthe.

De indruk bestaat dat de wijze waarop mensen denken over wat een Nederlander is, bepalend is voor de wijze waarop zij naar migrantengroepen kijken. Uit eerder onderzoek blijkt dat de betekenis die zij geven aan Nederlanderschap migrantengroepen kan in- of uitsluiten (Parekh, 2000). Wanneer een Nederlander in hun ogen bijvoorbeeld blond is, zou dit mensen met donker haar uitsluiten. Wanneer een Nederlander wordt gezien als ‘iemand met een christelijke achtergrond’, dan sluit dit bijvoorbeeld burgers met een moslimachtergrond uit.

Hieruit kan vervolgens discriminatoir gedrag ontstaan: wanneer er duidelijke criteria bestaan voor Nederlanderschap dan kunnen bevolkingsgroepen die daar niet aan (kunnen) voldoen, worden gezien (en behandeld) als minderwaardig. Wanneer de criteria voor Nederlanderschap gebaseerd zijn op kenmerken van de meerderheid (‘autochtonen’) zal het moeilijk zijn voor migrantengroepen hieraan te voldoen (Mummenday, Wenzel, Waldzus, 2007).

 ‘Autochtoon-zijn’ is de norm

Uit de gesprekken blijkt dat de geïnterviewde Drenten een onderscheid maken tussen ‘autochtonen’ en burgers met een migratieachtergrond. Daarbij worden migrantengroepen bestempeld als ‘anders’ en lijkt ‘autochtoon-zijn’ de norm. Het lijkt er dus op dat ‘Nederlands-zijn’ betekent ‘autochtoon-zijn’, hoewel het de vraag is in hoeverre mensen zich hiervan bewust zijn. Daarbij noemen respondenten ten aanzien van het Nederlanderschap van migrantengroepen verschillende voorwaarden. Burgers met een migrantenachtergrond moeten loyaal zijn aan Nederland, participeren en zich welwillend gedragen. Hoewel dit ook van ‘autochtone’ burgers wordt verlangd, kan de vraag worden gesteld in hoeverre hun Nederlanderschap hiervan af hangt. Tevens wordt, ondanks het feit dat culturele diversiteit vaak als verrijkend wordt gezien, vaak genoemd dat migrantengroepen zich moeten aanpassen. Autochtone Nederlanders lijken meer bepalend te mogen zijn dan burgers met een migrantenachtergrond, vanwege het feit dat ‘zij hier al waren’. Angst en onbegrip spelen hierbij een belangrijke rol. Dit is bijvoorbeeld te herkennen aan de link die wordt gelegd tussen het dragen van een hoofddoek en het idee dat moslims hun geloof zouden willen opdringen. Ook geven respondenten het expliciet aan: angst en onbegrip zouden er volgens hen toe leiden dat migrantengroepen niet worden gezien als Nederlanders. In hun ogen zou het nodig zijn elkaar beter te leren kennen om wederzijdse acceptatie en begrip te vergroten.

Nederlanderschap kwetsbaar

Angst en onbegrip lijken een rol te spelen bij de wijze waarop ‘autochtone’ Drenten naar migrantengroepen en het Nederlanderschap van migrantengroepen kijken. Geconcludeerd kan worden dat het Nederlanderschap van burgers met een migrantenachtergrond kwetsbaar is. Enerzijds zouden zij aan de genoemde ‘voorwaarden’ moeten voldoen, anderzijds blijven zij gezien als ‘anders’. Daarbij kunnen er vraagtekens worden geplaatst bij gelijkwaardigheid.

Media en politiek belangrijke rol in meningsvorming

Het feit dat dit onderzoek in Drenthe heeft plaatsgevonden is interessant vanwege het feit dat er in de provincie relatief weinig burgers met een migratieachtergrond wonen (Duin, Jong & Broekman, 2006). Dit betekent dat de respondenten, in tegenstelling tot andere onderzoeken die voornamelijk in de Randstad hebben plaatsgevonden, weinig persoonlijke ervaringen hebben om hun meningen op te baseren en dat deze meningen mogelijk op basis zijn van hetgeen respondenten horen in de media en politiek. Hoogleraar Willem Schinkel (2008) stelt dat de wijze waarop er in de politiek wordt gesproken over integratie invloed heeft op de manier waarop de sociale werkelijkheid wordt gezien en dat dit een scheiding creëert tussen ‘autochtone’ burgers en burgers met een migrantenachtergrond. Dit lijkt zichtbaar in dit onderzoek. In het perspectief van de huidige onrust die wordt ervaren, ligt er om deze reden een belangrijke rol voor media en politiek.

Bronnen:
Duin, C. van, Jong, A. de, & Broekman, R. (2006). Regionale bevolkings- en allochtonenprognose 2005-2025 (Ruimtelijk Planbureau/Centraal Bureau voor de Statistiek). Den Haag: CBS
Molenhuis, L. (2016). Toegeschreven Nederlanderschap van migrantengroepen door autochtone burgers in een niet-stedelijke en weinig diverse context. Via: http://dspace.library.uu.nl/handle/1874/338679
Parekh, B. C. (2000). Rethinking multiculturalism: Cultural diversity and political theory. Basingstoke, Hampshire: Macmillan
Schinkel, W. (2008). Schaf het integratiebeleid: Spreken over integratie is een vorm van sociale hypochondrie. Tijdschrift voor sociale vraagstukken, 4, 7-11
Wenzel, M., Mummendey, A. & Waldzus, S. (2007). Superordinate identities and intergroup conflict: The ingroup projection model. European Review of Social Psychology, 18(1), 331-372.

Meer informatie:
Lianne Molenhuis
lmolenhuis@gmail.com
net afgestudeerd in een master gericht op sociaal beleid, beschikbaar voor een startersfunctie.

Duurzame stedelijke mobiliteit, de integratie van migranten en vluchtelingen en de circulaire economie. Dat zijn de onderwerpen die de Europese Commissie heeft geselecteerd voor het programma Urban Innovative Actions (UIA). In dit programma is 370 miljoen euro beschikbaar voor innovatieve projecten.

Het Urban Innovative Actions-initiatief (UIA) opent van medio december tot en met eind maart 2017 een tweede oproep voor voorstellen, officieel “call for proposals”. Alle Europese steden met minimaal 50.000 inwoners kunnen meedoen aan dit programma. De uitgebreide beschrijving van deze onderwerpen, een handleiding en de Terms of Reference staan vanaf komende maand op de site van UIA.  In januari vinden twee seminars plaats over de nieuwe call.  Deze seminars vinden plaats op 19 januari 2017 in Tessaloniki, Griekenland en op 26 januari 2017 in Budapest, Hongarije. Wie zich aan wil melden, kan hier terecht.

Call for proposals

De eerste UIA-call for proposals, van in totaal 80 miljoen euro, leverde 378 aanmeldingen op vanuit Europese steden op de onderwerpen energietransitie, stedelijke armoede, werkgelegenheid en vaardigheden in de lokale economie en integratie van migranten en vluchtelingen. Ook 13 Nederlandse steden meldden zich aan. CMO STAMM werkt met een aantal stakeholders uit de provincie Groningen aan een projectplan rondom integratie van vluchtelingen en migranten. De call sluit eind maart 2017.

Op 11 oktober 2016 was het de landelijke Coming out day. Ook het Meldpunt Discriminatie Drenthe besteedde hier aandacht aan. Zo werd er op het gemeentehuis in Assen een convenant ondertekend. In het convenant staat dat er meer wordt ingezet op LHBT-emancipatie (lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders) in de gemeente Assen. De gemeente Assen, de politie, het COC en het Meldpunt Discriminatie Drenthe werken hierin samen.

Assen was in 2014 de eerste regenbooggemeente van Drenthe, daarna volgden Meppel, Emmen en Aa en Hunze. Nu willen ook Hoogeveen, Tynaarlo, Midden-Drenthe, Noordenveld en De Wolden regenbooggemeente worden.

Vorig jaar werden er 22 meldingen gedaan over discriminatie op grond van seksuele geaardheid. Het aantal incidenten ligt in de praktijk waarschijnlijk veel hoger. Het Meldpunt Discriminatie Drenthe hoopt dat meer mensen die discriminatie ervaren op grond van geaardheid, dit gaan melden. Alleen door zicht te hebben op wat er speelt, kan hier iets tegen gedaan worden.regenboog1

 

Bewustwording, voorlichting, advies en educatie. Het zijn allemaal onderwerpen waarop het Meldpunt Discriminatie Drenthe (MDD) ook actief is. Scholen, gemeenten, (maatschappelijke) organisaties en professionals kunnen bij het MDD terecht voor ondersteuning op maat. Het MDD verzorgt de anti-discriminatievoorziening voor de Drentse gemeenten.

Discriminatie vindt vaak onbewust en onbedoeld plaats. Veel mensen realiseren zich bovendien niet wat de schadelijke gevolgen kunnen zijn voor de persoon die het betreft. Het MDD levert dan ook graag een bijdrage aan het voorkomen van discriminatie. De dialoog staat daarbij voorop.

Het MDD geeft bijvoorbeeld voorlichting op scholen. Leerlingen leren over het onderwerp, worden zich bewust van hun eigen vooroordelen en vertellen over hun ervaringen. Ook professionals kunnen bij het MDD terecht voor scholing. Het herkennen van discriminatie, het omgaan met meldingen en signalen staan centraal.

Daarnaast verzorgt het MDD gastlessen voor de inburgering van statushouders. De groep gaat aan de slag met de regels in Nederland rondom discriminatie. Wat valt er wel onder en wat niet? Wat zijn de gevolgen wanneer je zelf discrimineert en wat kun je doen wanneer je het ervaart?

Gemeenten, scholen, bedrijven en (maatschappelijke) organisaties kunnen bij het MDD terecht voor advies. Dit kan bijvoorbeeld gaan over selectieprocedures, het bespreekbaar maken van onderwerpen in de klas, bijeenkomsten rondom vluchtelingen etc.

Wat kan je nog meer verwachten?

Uit onderzoek van het SCP blijkt dat 1 op de 4 Nederlanders discriminatie ervaren. Slechts een klein deel hiervan doet een melding bij een anti-discriminatievoorziening. Het MDD werkt de komende periode aan een nog betere naamsbekendheid en aan het vergroten van de meldingsbereidheid. Dit gebeurt bijvoorbeeld door het aanwezig zijn bij evenementen en informatiemarkten, het verspreiden van informatiemateriaal, het vergroten van het netwerk en het verzorgen van lezingen en expert meetings.

Heeft u discriminatie ervaren, bent u daarvan getuige (geweest), heeft u vragen of wilt u anoniem melden?
Mail info@meldpuntdiscriminatiedrenthe.nl, app via de gratis app ‘discriminatiemelden’ , of bel 06 135 748 87.

Op 21 maart 2016 presenteerden de drie noordelijke discriminatiemeldpunten – Groningen, Fryslân en Drenthe – de Monitor Discriminatie 2015. De Monitor Discriminatie 2015 is het eerste gezamenlijke overzicht van discriminatiemeldingen in de drie noordelijke provincies. De monitor geeft een beeld van de meldingen van ongelijke behandeling die zijn binnengekomen bij het Discriminatie Meldpunt Drenthe, het Discriminatie Meldpunt Tumba en het Meldpunt Discriminatie Groningen.

Toename aantal meldingen in Drenthe

Het aantal meldingen van discriminatie in Drenthe is toegenomen van 178 in 2014 naar 240 in 2015. Dit betreft meldingen bij politie en het Meldpunt Discriminatie Drenthe.
Dit aantal en de toename zegt weinig over hoeveel discriminatie in werkelijkheid voorkomt. Onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau toont aan dat 1 op de 4 mensen discriminatie ervaart. Het is daarnaast bekend dat de meeste mensen die discriminatie ervaren daarvan geen melding doen. Het Meldpunt Discriminatie Drenthe doet om deze reden in 2016 aanvullend onderzoek naar het discriminatie klimaat in de provincie en werkt aan het vergroten van de meldingsbereidheid.

Meeste meldingen op van herkomst en seksuele gerichtheid

Toch kan er wel wat gezegd worden over het beeld dat naar voren komt uit het aantal meldingen dat wél wordt gedaan, zeker wanneer we dat plaatsen in het groter geheel van landelijk totaal en we kijken over meerdere jaren. Zoals elk jaar blijken de meeste meldingen in Drenthe te worden gedaan op grond van ras (43%). Met name op de arbeidsmarkt ervaren mensen discriminatie op deze grond. Dit beeld komt overeen met de landelijke kerncijfers.
Het aantal meldingen op grond van seksuele gerichtheid is in Drenthe in 2015 gestegen ten opzichte van 2014 (van 12% naar 18%). De toename wordt veroorzaakt doordat meer data bekend zijn over discriminatoire beledigingen die gemeld zijn bij de politie.

Het belangrijkste terrein waar discriminatie plaatsvond in Drenthe is de arbeidsmarkt (28%).
Kijken we naar de aard van de discriminatie dan blijkt dat in de meeste gevallen te gaan om vijandige bejegening (53%), vaak in combinatie met omstreden behandeling (18%).

Aandacht voor de komst van vluchtelingen

De komst van vluchtelingen naar Nederland en het scherpe maatschappelijke debat is zichtbaar in gesprekken die medewerkers van het meldpunt voeren. Burgers zijn bezorgd en vragen om uitleg van het meldpunt over feiten. In Noord-Nederland bestaat er een breed draagvlak voor steun aan vluchtelingen en integratie. De weerstand was in 2015 in de noordelijke provincies minder heftig dan op vele plaatsen elders in het land. De bereidheid om vluchtelingen te steunen is groot.

 

De integratie van vluchtelingen staat hoog op de agenda van politici, gemeenten, organisaties voor hulp-, dienstverlening en onderwijs. Bijna 200 deelnemers kwamen 10 december naar de themamiddag: Effectieve integratie van vluchtelingen.

De middag is georganiseerd door het Kennisnetwerk Multicultureel Groningen (KMG) onder leiding van CMO STAMM. Het KMG is een zeer divers samengesteld netwerk van organisaties die allemaal expertise in huis hebben als het gaat om nieuwkomers.

Nu vluchtelingen zo snel mogelijk terecht moeten kunnen bij reguliere hulp en dienstverlening, is het voor een breed scala van organisaties van belang om toegerust te zijn op allerlei specifieke vragen en problematiek. Doel van deze dag was de kennis te ontsluiten, te laten zien van wat nodig is voor effectieve van vluchtelingen en manieren die effectief zijn gebleken te laten zien. Dit is in twee plenaire en twee rondes van 4 verdiepingen en varianten gepresenteerd:

Tussen de bedrijven door was een rijk gevulde informatie markt te verkennen en waren er heerlijke hapjes uit allerlei werelddelen te proeven door de multiculturele culinaire groep Vrouwkracht.

KMG logo+tekst

 

 

De eerste Nieuwsbrief Europa van dit jaar staat online. U kunt het hier downloaden. Deze nieuwsbrief wordt 3x per jaar verspreid. U kunt zich aanmelden voor deze nieuwsbrief door een mail te sturen naar d.boekholt@cmostamm.nl onder vermelding van “Aanmelding nieuwsbrief Europa”.

Inhoud van nieuwsbrief #1-2015:

  • Inclusie derdelanders
  • Europees migratiefonds
  • Oldambt verbindt
  • INTERREG-conferentie

Steeds meer burgers weten de weg naar het Meldpunt Discriminatie Drenthe (MDD) te vinden. Het Meldpunt Discriminatie Drenthe is een laagdrempelige onafhankelijke organisatie waar je in geval van discriminatie terecht kan voor advies en begeleiding.

Het MDD publiceert de jaarlijkse mini-monitor nu op 21 maart de Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie. Het aantal meldingen van discriminatie in Drenthe blijkt toegenomen van 137 in 2013 naar 188 in 2014, dit is een stijging van bijna 40% (37,2%). Het  betreft meldingen bij de politie en het MDD samen.  De toename zien we als is een positief signaal voor de naamsbekendheid van het meldpunt en de meldingsbereidheid onder burgers. Helaas  melden de meeste mensen die discriminatie ervaren (nog) niet. Met ander woorden: dit aantal zegt weinig over hoeveel discriminatie in werkelijkheid voorkomt.

Grond, aard en maatschappelijk terrein

Toch kan er wel iets gezegd worden over de meldingen die wél gedaan zijn, zeker wanneer we dat plaatsen in het groter geheel. Ook het landelijke trendrapport “kerncijfers 2012-2014” is net deze week uitgekomen. Zoals elk jaar blijkt het grootste aantal meldingen op grond van ras (47%). Dit beeld komt overeen met de landelijke cijfers.
De gronden ‘godsdienst’ en ‘seksuele gerichtheid’ staan in Drenthe op de gezamenlijke tweede plaats (12%).
Kijken we naar de aard van de discriminatie dan blijkt het meestal te gaan om vijandige bejegening (41%) landelijk zelfs (68%). Op het maatschappelijk terrein blijkt in Drenthe ‘openbare ruimte’ met ‘buurt/wijk’ op de gezamenlijke eerste plaats te staan (beiden 20%) en arbeidsmarkt op de 2e plaats (15%). Landelijk gezien staat met stip op 1 publieke/politieke opinie (51%) voornamelijk door meldingen vanwege uitspraken van dhr. Wilders. Op de tweede plaatst staat ook landelijk de arbeidsmarkt (15%).

Maak het verschil en meld wel!

Heeft u discriminatie ervaren, bent u er getuige van (geweest), heeft u vragen of wilt u anoniem melden? Zonder uw melding geen aanpak! Mail via www.discriminatie.nl, download de  gratis app ‘discriminatiemelden’ of bel 06 135 748 87.

 

© 2021 CMO STAMM - Disclaimer - Privacyverklaring - Sitemap

X