Tekst vergroten Tekst verkleinen Letter afstand vergroten Letter afstand verkleinen

Leefbaarheid in Drenthe van alle kanten belicht.

In de provincie Drenthe spelen verschillende ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de leefbaarheid. Zo heeft de provincie te maken met veranderingen in de bevolkingssamenstelling; het aantal ouderen neemt toe, het aantal jongeren daalt en daarnaast zijn er gebieden waar de bevolking krimp. De algemene gedachte is dat krimp leidt tot verminderde leefbaarheid. Maar is dit ook zo? In opdracht van de provincie volgen wij deze ontwikkelingen en maken we inzichtelijk welke gevolgen ze hebben op de ervaren leefbaarheid in de dorpen en wijken in Drenthe. Dit doen wij met de leefbaarheidsmonitor Drenthe.

Rapport leefbaarheid in Drenthe

Tweejaarlijks brengen wij een rapport uit, ‘Leefbaarheid in Drenthe’. Het rapport laat zien welke vraagstukken op het gebied van leefbaarheid in Drenthe spelen en waar dit het geval is. De monitor geeft informatie over allerlei aspecten die de leefbaarheid beïnvloeden, van gezondheid tot de bereikbaarheid van voorzieningen. Gedeputeerde Staten geven hiermee gehoor aan de vraag van de Noordelijke Rekenkamer om de leefbaarheid op het platteland beter te duiden en de regionale verschillen per thema inzichtelijk te maken, om zo gericht in te kunnen zetten op het versterken van de leefbaarheid.

In 2015 kwam het eerste rapport uit. De volgende uitgave wordt medio 2017 verwacht.

Lees de publicatie Leefbaarheid Drenthe #01, 2015

Online dataset

Jaarlijks ontsluiten we alle gegevens over leefbaarheid via de knop ‘Leefbaarheid’ binnen de provinciale website Drenthe in Feiten & Cijfers. Gebruikers kunnen hier alle verzamelde gegevens in tabellen, grafieken en kaarten bekijken. De website biedt een helder overzicht van de stand van zaken op verschillende aspecten van leefbaarheid per gemeente in Drenthe (benchmark)

Bekijk de online dataset

Stem van de inwoners

Een integraal onderdeel van de leefbaarheidsmonitor Drenthe is het in beeld brengen van de ervaringen en belevingen van inwoners. In 2016 heeft CMO STAMM het Drents panel gevraagd naar de ervaren leefbaarheid en de waardering van hun eigen woonomgeving. Hoe tevreden zijn zij over leven in Drenthe en hoe ervaren zij de gevolgen van bevolkingskrimp op de leefbaarheid? In totaal hebben 1.000 panelleden deelgenomen.

Hieruit bleek dat het Drents panel optimistisch tot neutraal is over de toekomst. Panelleden geven de leefbaarheid in hun woonomgeving een mooi rapportcijfer: 7,9. Een klein deel maakt zich zorgen over de toekomst en dit gaat voornamelijk over het verdwijnen van voorzieningen. In de publicatie is te lezen wat voor het Drents panel belangrijke factoren zijn om hun leefomgeving leefbaar te houden.

Lees hier de publicatie Leefbaarheid Drenthe, 2016

Ook in Groningen en Friesland zijn de burgerpanels gevraagd hun mening te geven over de leefbaarheid in eigen dorp of wijk en de relatie met krimp. In totaal hebben bijna 4.000 Noordelijke panelleden hun mening gegeven. De meest opvallend uitkomsten voor heel Noord-Nederland (Groningen, Friesland en Drenthe) zijn beschreven in een overzichtelijk feitenblad. Eén van de uitkomsten is dat een kwart van de Noorderlingen die in een krimpregio woont, vindt dat de leefbaarheid het afgelopen jaar achteruit is gegaan, dit is hoger dan in regio’s waar geen krimp is.

Lees het feitenblad Leefbaarheid en Krimp Noord-Nederland, juni 2016

Woensdag werd Nederland wakker met het nieuws dat Donald Trump verkozen is tot president van Amerika. En daarmee de machtigste man van de vrije wereld wordt. Een wake up call voor velen. Waarom kozen mensen voor hem? Een man die zegt mensen uit te willen sluiten, met een sterke mening over wie er wel en niet bij hoort in de samenleving.

En wat kunnen wij hier van leren? Ons land is dan wel niet zo sterk gepolariseerd als Amerika, maar ook in Nederland is sprake van een grote, sterke onderstroom van mensen die zich niet meer gezien en gehoord voelen. Mensen die hun vertrouwde basis steeds verder zien afbrokkelen en zich zorgen maken over hun toekomst en die van hun kinderen.

Nemen wij de zorgen van deze mensen wel serieus genoeg? Ik denk het eerlijk gezegd niet. Dat kan en moet beter. De uitdaging ligt er om ook hen weer perspectief bieden voor een betere toekomst. En te (blijven) investeren in de onderlinge verbondenheid.

We zijn hiervoor meer dan ooit gemotiveerd. Samen met onze partners maken wij ons dagelijks sterk voor de groepen in de samenleving die dat nodig hebben. We werken elke dag aan een veerkrachtige, verbonden samenleving. In deze nieuwsbrief vindt u daarvan weer mooie voorbeelden.

Een krachtige samenleving vraagt om goed leiderschap. Tijdens het MLAB dat we voor onze relaties organiseren op 9 december, staan we uitgebreid bij dit onderwerp stil. Herman Pleij vertelt ons op die middag hoe hij aankijkt tegen de tweedeling in de maatschappij en wat dat vraagt van leiderschap. Een inspirerende ontmoeting, waar we naar uitkijken!

Yvonne Turenhout
directeur-bestuurder

In de provincie Drenthe spelen verschillende ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de leefbaarheid. Hoe ervaren de inwoners in Drenthe de leefbaarheid in hun dorp of wijk en ervaren zij gevolgen van de bevolkingskrimp op de leefbaarheid? CMO STAMM heeft de leden van het Drents Panel gevraagd hierover hun mening te geven. In totaal hebben 1.000 panelleden deelgenomen.

Ervaren leefbaarheid hoog

Het Drents panel is optimistisch tot neutraal over de toekomst en geeft de leefbaarheid in hun woonomgeving een mooi rapportcijfer: 7,9. Een klein deel maakt zich zorgen over de toekomst en dit gaat voornamelijk over het verdwijnen van voorzieningen. In de rapportage Leefbaarheid Drenthe is te vinden wat voor het Drents panel belangrijke factoren zijn om hun leefomgeving leefbaar te houden.

De verwachting is vaak dat krimp problemen geeft voor de leefbaarheid, maar dit blijkt in Drenthe niet het geval. Hoewel de panelleden uit de anticipeerregio Oost-Drenthe wel iets vaker aangeven dat veel huizen te koop staan en er veel woningen leeg staan (passend in het beeld van krimp), waarderen ze de leefbaarheid nagenoeg hetzelfde als in de andere regio’s. Zij geven de leefbaarheid in hun woonomgeving met een 7,7 ook een ruime voldoende.

Klik hier voor de rapportage Leefbaarheid Drenthe

Een kwart van de Noorderlingen die in een krimpregio woont, vindt dat de leefbaarheid het afgelopen jaar achteruit is gegaan. Dit is hoger dan in regio’s waar geen krimp is (15%), blijkt uit onderzoek van het Sociaal Planbureau Groningen, Fries Sociaal Planbureau en CMO STAMM.

In april 2016 zijn bijna 4.500 inwoners uit Groningen, Friesland en Drenthe bevraagd naar de ervaren leefbaarheid en de waardering van hun eigen woonomgeving. Deze vragenlijst is uitgezet onder de burgerpanels in de drie Noordelijke provincies. In Drenthe hebben we gebruik kunnen maken van het Drents Panel van de Provinciale Staten van Drenthe. Van alle bevraagde panelleden woont meer dan één op de vier (1.175) in een krimpgebied. De panelleden geven de leefbaarheid in hun woonomgeving gemiddeld een 7.7. De voorzieningen in de woonomgeving krijgen gemiddeld een 7.1. Binnen de krimpregio’s ligt dit cijfer bijna een halve punt lager (6.7). De verschillen tussen de provincies zijn klein, maar de Drentse panelleden scoren op zowel leefbaarheid als voorzieningen het hoogst.

Bekijk het feitenblad Leefbaarheid en Krimp Noord-Nederland

Bijna helft jongvolwassenen wil (misschien) verhuizen

Wanneer wordt gevraagd naar de verhuisplannen, valt op dat vooral jongvolwassenen (18-34 jaar) willen verhuizen. Binnen de komende twee jaar zegt 21% van deze groep zeker te willen verhuizen en 28% wil misschien verhuizen. De belangrijkste reden die Noorderlingen aangeven om te verhuizen is vanwege de gezondheid (32%), of onvrede met de huidige woning (22%). Van de Groninger panelleden geeft één op de vijf verhuisgeneigden aan te willen verhuizen vanwege de aardbevingen als gevolg van gaswinning. De Groninger panelleden zijn ook dubbel zo vaak (zeer) ontevreden over de waardeontwikkeling van hun woning in vergelijking met de andere provincies (42% ten opzichte van 19% in Friesland en 15% in Drenthe).

Nieuwsgierig geworden? Er komt meer!

De eerste bevindingen zijn door de planbureaus van Groningen en Friesland, en CMO STAMM verwerkt tot een beknopte publicatie. Deze wordt 2 juni aangeboden op de Landelijke Conferentie Bevolkingsdaling. Daarnaast komen de planbureaus en CMO STAMM deze zomer met uitgebreide rapportages per provincie over onder andere de woonomgeving, sociale contacten en de eigen inzet voor verbetering van de leefbaarheid in de woonbuurt.

Meer informatie (met betrekking tot dit onderzoek of de burgerpanels):

Fries Sociaal Planbureau: Wilma de Vries 06 446 221 88, wdevries@friessociaalplanbureau.nl
Sociaal Planbureau Groningen: Femke de Haan 06 525 896 14, f.dehaan@sociaalplanbureaugroningen.nl
CMO STAMM (Drenthe): Marja Janssens 06 127 478 28 m.janssens@cmostamm.nl

Voor het nog te ontwikkelen project “Toekomst van jongeren in Groningen”, ook wel “de stem van jongeren”, zijn CMO STAMM, Jongerenwerk Barkema en De Haan en twee acteurs bezig om jongeren te mobiliseren om mee te praten over de toekomst van het aardbevingsgebied.

Onlangs zijn er ludieke acties op diverse schoolpleinen geweest. Tot eind mei verzamelen we zoveel mogelijk likes van jongeren op onze Facebookpagina. Als er genoeg likes en respons komen, wordt subsidie gezocht. Het doel is eind dit jaar een festival met landelijke uitstraling, waarbij allerlei thema’s aan de orde komen. Het woord is nu aan de jongere. Zegt de jongere daar: “Ik blief” of juist “Ik ben’t zat”.

Ben of ken jij een jongere in het aardbevingsgebied? Like onze Facebookpagina of laat een respons achter.

ik blief

Hoe ervaren de inwoners in de drie provincies de leefbaarheid in hun dorp of wijk? CMO STAMM, het Sociaal Planbureau Groningen en het Fries Planbureau hebben de leden van het Drents, Groninger en Fries Panel gevraagd hierover hun mening te geven. Een mooie samenwerking tussen Groningen, Friesland en Drenthe.

Zijn de inwoners tevreden met hun woonomgeving? Hoe zijn de sociale contacten?  Hoe belangrijk vinden ze de aanwezigheid van bepaalde voorzieningen? Maar ook, in hoeverre zijn ze bereid om mee te werken aan de leefbaarheid in hun woonomgeving?
We krijgen met deze brede uitvraag een beeld van de ervaren leefbaarheid in de drie noordelijke provincies en de verschillen daarin. In totaal hebben 4.500 panelleden de vragenlijsten ingevuld. De resultaten van dit onderzoek zijn in juni gereed.

De provincies en gemeenten krijgen hiermee inzicht in hoe leefbaar inwoners hun provincie en hun eigen woonomgeving vinden en van welke factoren dit afhankelijk is. Tevens wordt duidelijk wat voor burgers belangrijke factoren zijn om hun leefomgeving leefbaar te houden.

De vragenlijst bestaat uit de volgende blokken met vragen:

  1.  Leefbaarheid in relatie tot bevolkingskrimp
  2.  Wonen en woonomgeving
  3.  Sociale participatie
  4.  Voorzieningen
  5.  Werk/studie
  6.  Verhuisplannen
  7.  Hoe zien inwoners de toekomst van hun dorp of wijk

 

Wat vindt u belangrijk voor de leefbaarheid in uw omgeving? Hoe kunnen we Groningen mooier, leuker en beter maken? De provincie Groningen is op zoek naar uw ideeën. Laat het ons weten tijdens de Meldweek Leefbaarheid van maandag 4 tot en met vrijdag 8 april.

Tijdens de meldweek zit een belteam van Statenleden vijf dagen van 9.00 tot 21.00 uur voor u klaar. Ook gaan Statenleden samen met de Ideeënmakelaars van de Ideeënbank de provincie in om met u hierover in gesprek te gaan. Meer informatie over de data en locaties vindt u op www.meldweekleefbaarheid.nl. Via deze website kunt u ook melden wat u belangrijk vindt of welke ideeën u hebt. Maar daarvoor hoeft u niet te wachten tot de meldweek, dat kan nu al.

Goed leven

De provincie organiseert de meldweek om te horen wat de Groningers belangrijk vinden, wat zorgt er voor dat het goed leven is in hun wijk of dorp. Hiervoor is de komende vier jaar in totaal 22 miljoen euro beschikbaar. Dat geld willen zij samen met gemeenten, organisaties én inwoners slim investeren.

Ideeën

De provincie Groningen gaan op drie manieren investeren in de leefbaarheid. Kleinschalige, lokale initiatieven van inwoners zelf die het dorp of de wijk leuker, beter en mooier maken vinden zij belangrijk. Daarnaast grote projecten voor de herinrichting van dorpscentra. En ze investeren in projecten rondom voorzieningen zoals een dorpshuis, clubgebouw, woningverbetering en het hergebruik van cultureel erfgoed.

Laat van u horen

Van 4 tot en met 8 april kunt u van 9.00 tot 21.00 uur  bellen naar  (050) 316 41 90. Of laat uw idee achter op www.meldweekleefbaarheid.nl.

flyer

Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Drenthe heeft een nieuwe regeling voor het ondersteunen van dorpsinitiatieven vastgesteld. Met deze nieuwe regeling wordt voldaan aan de wens vanuit de samenleving om de oude regeling ‘Vitaal Platteland’ laagdrempeliger en toegankelijker te maken.

In plaats van een provinciaal loket voor dorpsinitiatieven gaat de provincie Drenthe jaarlijks 50.000 euro overmaken aan elke gemeente in Drenthe. Gemeenten kunnen op basis van cofinanciering deze middelen inzetten voor lokale initiatieven. De nieuwe regeling loopt tot en met 2018.

Gedeputeerde Henk Jumelet: “Met het aantreden van ons college hebben wij gezegd dat wij de ondersteuning van dorpsinitiatieven toegankelijker willen maken. Bijna elke gemeente in Drenthe ondersteunt in de vorm van een regeling of fonds lokale initiatieven. Door hierop aan te sluiten verminderen wij bureaucratie, regeldruk en hebben inwoners maar één loket om subsidie aan te vragen. Op die manier wordt het voor inwoners, die zich vrijwillig inzetten voor de leefbaarheid van hun dorp of wijk, een stuk overzichtelijker.”

Samen werken aan een dynamisch en leefbaar Drenthe

Jumelet: “Wij hebben bewust gekozen om gemeenten te laten bepalen waaraan het provinciaal budget besteed moet worden. Gemeenten weten het beste welk initiatief lokaal van belang is. Om te blijven samenwerken aan een leefbaar en dynamisch Drenthe en om elkaar op de hoogte te houden van de gehonoreerde initiatieven organiseert de provincie Drenthe twee keer per jaar een bijeenkomst met gemeenten en maatschappelijke organisaties (CMO STAMM, BOKD en Landschapsbeheer Drenthe).”

Subsidie aanvragen

Dorpsinitiatieven met goede plannen voor verbetering van de leefbaarheid van een dorp of wijk kunnen bij hun eigen gemeenten vragen naar de financieringsmogelijkheden en de voorwaarden van deze regeling.

Bron: Provincie Drenthe

De provincie Groningen zet de komende jaren in op het verder versterken van de leefbaarheid in Groningen. Op verzoek van de provincie Groningen ontwikkelt het Sociaal Planbureau Groningen de ‘Leefbaarheidsmonitor Groningen’. De monitor stelt ons in staat de ontwikkelingen in de leefbaarheid in onze provincie te volgen en te duiden.

De monitor biedt inzicht in de huidige stand van leefbaarheid in Groningen. In de drie krimpregio’s De Marne, Eemsdelta en Oost-Groningen zijn de gevolgen van bevolkingsdaling het meest duidelijk merkbaar. De leefbaarheid in brede zin staat hier onder druk. Maar ook in de andere gemeenten van onze provincie is het goed om zicht te krijgen en te houden op de leefbaarheid. De gegevens in de monitor maken dan ook helder welke leefbaarheidsvraagstukken spelen in de provincie Groningen en in alle gemeenten. Waar mogelijk presenteren we ook gegevens op het niveau van wijken of dorpen. Ieder jaar worden zoveel mogelijk gegevens geüpdatet. Op die manier is het mogelijk om ontwikkelingen in de leefbaarheid te volgen in de tijd.

Leefbaarheid is een breed begrip en valt uiteen in vele facetten. We kiezen er daarom voor om niet één totaalscore voor leefbaarheid vast te stellen, maar de volgende onderwerpen aan bod te laten komen:

  • Ontwikkeling van de bevolking en prognoses;
  • Lokale binding;
  • Wonen en woonomgeving;
  • Bereikbaarheid van voorzieningen;
  • Veiligheid en veiligheidsbeleving;
  • Werk en inkomen;
  • Leefbaarheid in relatie tot de aardbevingen en gaswinningproblematiek.

Deze (cijfermatige) gegevens vormen gezamenlijk de veronderstelde leefbaarheid. Daarnaast brengen we ook de ervaren leefbaarheid in beeld. Het gaat dan om hoe de inwoners van Groningen zelf de leefbaarheid in hun dorp, buurt of gemeente ervaren. In april wordt het Groninger panel hierover bevraagd. Tegelijk krijgen de panelleden van het Fries Panel en het Drents panel dezelfde vragenlijst. Een mooie samenwerking tussen Groningen, Friesland en Drenthe. We krijgen met deze brede uitvraag een beeld over de ervaren leefbaarheid in de drie noordelijke provincies en de verschillen daarin.

We zijn al volop bezig met de invulling van de monitor. Ben je ook geïnteresseerd in de leefbaarheid van Drenthe?; Klik hier voor de leefbaarheidsmonitor Drenthe.

 

Mobiliteit en welzijn van ouderen

Ouderen blijven langer thuis wonen. Dit is, zo blijkt uit onderzoek, goed voor het welzijn van ouderen. Echter in krimpgebieden kan langer thuis wonen een negatief effect hebben op het welzijn van ouderen. Ouderen zijn minder mobiel en dat maakt hen afhankelijk van anderen en dat heeft weer een negatieve invloed op hun welzijn. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Wat ouderen beweegt. Mobiliteit en Welzijn van Ouderen in Krimpgebieden’ van CMO STAMM in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen en verschillende andere partijen. Om het welzijn van ouderen in krimpgebieden te kunnen behouden, beveelt het onderzoek aan om ontmoetingsplekken voor sociale activiteiten en gezondheidsvoorzieningen in de dorpen te behouden, in de nabije leefomgeving van ouderen en zelfstandig bereikbaar.

Krimpgebieden hebben te maken met een dalend inwoneraantal. Daarnaast vergroten voorzieningen hun voorzieningsgebied. Door deze factoren kunnen voorzieningen in de gebieden niet goed in stand worden gehouden, waardoor veel voorzieningen verdwijnen. Omdat ouderen verminderd mobiel zijn, kunnen zij deze voorzieningen minder makkelijk bereiken, wat een negatief effect op hun welzijn kan hebben. Afstudeerstagiair Eelco Bos heeft voor zijn master Culturele Geografie (RUG) onderzoek gedaan naar de relaties tussen de mobiliteit en het welzijn van ouderen in krimpgebieden. Ook heeft hij gekeken naar de manier waarop het welzijn van deze ouderen behouden of vergroot kan worden.

Aan het onderzoek hebben ouderen uit verschillende dorpen in Groningen en Drenthe (Veendam, Bellingwolde, Emmen en Weiteveen) meegewerkt. Deze ouderen hebben een week lang een GPS-apparaatje bij zich gedragen, die hun verplaatsingsgedrag registreerde. Ook zijn zij geïnterviewd. Met deze interviews werd inzicht verkregen in de perceptie van de deelnemende ouderen op hun mobiliteit, hun welzijn en in de behoefte die zij aan voorzieningen in hun nabije omgeving hebben. Aan de hand van al deze informatie zijn de relaties tussen de mobiliteit en het welzijn verklaard.

Het onderzoek wijst, net als ook andere onderzoeken doen, erop dat onafhankelijke mobiliteit een sleutelrol speelt in de relatie tussen mobiliteit en welzijn. Afhankelijke mobiliteit heeft namelijk een negatieve invloed op het welzijn van ouderen. Daarnaast zijn er drie functies van mobiliteit die bijdragen aan het welzijn. De eerste functie is de sociale functie. Met mobiliteit kunnen namelijk anderen worden bereikt en een sociaal netwerk worden onderhouden. Daarnaast geeft mobiliteit een sociale status aan mensen, wat goed is voor hun welzijn. De volgende functie is de fysieke functie, omdat mobiliteit en in beweging zijn goed is voor de lichamelijke gesteldheid. Tot slot is er de psychologische functie. Mobiliteit geeft namelijk de mogelijkheid om ‘er tussen uit’ te gaan, wat afwisseling in het leven geeft. Deze bevindingen wijzen erop dat verminderde mobiliteit resulteert in een lager welzijnsniveau. Desondanks beoordeelden alle deelnemende ouderen hun welzijn positief. Dit komt doordat zij ‘adaptief’ reageren op hun beperkingen en zo hun welzijnsniveau behouden. Zo accepteren zij hun situatie en vergelijken zij zich met anderen, die in vergelijkbare situaties ‘slechter af’ zijn. Ook passen de ouderen hun (mobiliteits)gedrag aan en gebruiken ze hulpmiddelen en sociale ondersteuning om mobiel te kunnen blijven.

Door deze ‘adaptieve’ reacties geven alle ouderen aan een goed welzijnsniveau te hebben. Toch kunnen er maatregelen genomen worden om het welzijn van ouderen in krimpgebieden te behouden. De afstand tot voorzieningen speelt namelijk ook een rol in de relatie tussen mobiliteit en welzijn. Daarnaast wordt welzijn ook bepaald door de leefbaarheid van de omgeving en dus onder andere door de bereikbaarheid van voorzieningen. Het voldoen in de behoefte aan bepaalde voorzieningen zal dus een positieve invloed op het welzijn van ouderen hebben en maakt ook het langer thuis wonen in krimpgebieden beter mogelijk.

Uit het onderzoek blijkt dat de ouderen die aan het onderzoek hebben deelgenomen, bepaalde voorzieningen in hun omgeving missen. Wat hierbij als eerste opvalt, is dat men gewend raakt aan feit dat bepaalde voorzieningen er al langere tijd niet meer zijn of er nooit zijn geweest. Voorzieningen die dreigen te verdwijnen of recentelijk verdwenen zijn, mist men daarentegen wel. Het gaat hierbij als eerste om sociale ontmoetingsplaatsen. Zo is in Bellingwolde (Groningen) de supermarkt verhuisd en in Weiteveen (Drenthe) het zalencentrum gesloten. Ouderen uit deze dorpen geven aan deze ontmoetingsplaatsen te missen, omdat ze hierdoor sociale contacten zijn verloren. De aanbeveling is daarom om voorzieningen voor sociale activiteiten in de dorpen zelf te behouden. De sociale netwerken van ouderen bevinden zich namelijk hoofdzakelijk in hun nabije omgeving en het kunnen bereiken van sociale contacten is goed voor het welzijn. Daarnaast kunnen ouderen deze voorzieningen zelfstandig bereiken. Hiermee wordt afhankelijke mobiliteit voorkomen, wat goed is voor het welzijn.

De tweede categorie voorzieningen die gemist wordt, zijn gezondheidszorgvoorzieningen. Ouderen maken namelijk veel gebruik van de gezondheidszorg. Vanwege hun verminderde mobiliteit zijn zij echter vaak afhankelijk van anderen voor bijvoorbeeld het halen van medicijnen of het bezoeken van een huisarts. Door ook deze voorzieningen in de dorpen zelf te faciliteren, kan dus een groot deel van de afhankelijke mobiliteit worden voorkomen. Hiervoor kunnen ook ‘creatieve’ voorzieningen worden ingezet. Hierbij gaat het om bijvoorbeeld een afhaalpunt voor medicijnen of een huisarts die elke dag van de week in een ander dorp aanwezig is.

Het leven van mensen wordt volledig beheerst door de aardbevingen; het is en blijft ‘het gesprek van de dag’, de angst en onzekerheid en erkenning door de overheid.

Dit is momenteel de situatie voor de inwoners van het aardbevingsgebied van Groningen. Elke dag worden de mensen met de gevolgen van de aardbevingen geconfronteerd. Door het meemaken van een aardbeving zelf, de schade die deze bevingen aan de huizen veroorzaken, het gehele proces van schadeafhandeling. CMO STAMM en Sociaal Planbureau Groningen onderzochten de beleving en de meningen van de bewoners zelf; met welke problemen hebben ze te maken en welke oplossingsrichtingen zien ze. Dit maakt onderdeel van het grootschalige woningsmarkt onderzoek van de TU Delft.

Uit ons onderzoek blijkt dat de problemen in het aardbevingsgebied zich opstapelen. Veel mensen voelen zich onveilig en willen vertrekken uit de provincie. De woningmarkt functioneert niet goed meer. Het vertrouwen in overheid en NAM is tot een dieptepunt gedaald.

Vrijwel alle ruim 600 deelnemers aan de Versnellingssessies en bewonersavonden waren positief over het verloop van de bijeenkomsten. De mogelijkheid dat mensen hun stem konden laten horen en hun gevoelens en emoties konden uiten werden zeer op prijs gesteld. Tegelijk waren er ook sceptische en boze reacties. Vooral over het onrecht dat de mensen wordt aangedaan en om het feit dat sommige mensen dusdanig veel schade aan hun huis hebben dat ze totaal geen uitweg of kansen meer zien.

Lees hier het volledige rapport

Minister Kamp heeft gereageerd op het onderzoek en laat via een woordvoerder weten: ,,De uitkomst van het onderzoek is ernstig. Het maakt duidelijk dat er de komende jaren nog veel werk te verrichten is om de veiligheid en leefbaarheid in Groningen te verbeteren en daarmee het vertrouwen van de Groningers terug te winnen”.

Achtergrond

Dit onderzoek maakt onderdeel uit van een grootschalig woningmarktonderzoek in het aardbevingsgebied dat is gedaan door OTB Onderzoek voor de gebouwde omgeving van de Technische Universiteit Delft in samenwerking met CMO STAMM en Sociaal Planbureau Groningen in 2015. De opdracht werd verstrekt door de Dialoogtafel Groningen. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in 9 gemeenten die ten tijde van het onderzoek werden afgebakend als het aardbevingsgebied van Groningen. Te weten: Appingedam, Bedum, De Marne, Delfzijl, Eemsmond, Loppersum, Slochteren, Ten Boer en Winsum. De verdiepende gesprekken met bewoners zijn gehouden in oktober en november 2015.

Op 21 januari ontving de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) de eindconclusies en adviezen van het Woningmarktonderzoek, uit handen van de begeleidingscommissie Woningmarkt van de Dialoogtafel. Het Woningmarktonderzoek is een breed onderzoek naar verschillende aspecten van de woningmarkt en is uitgevoerd door de faculteit Bouwkunde van TU Delft in samenwerking met CMO STAMM. Op basis van de resultaten adviseren zij NCG o.a. de bestaande waardevermeerderingsregeling in stand te houden, meer zekerheid te bieden aan bewoners/eigenaren die hun woning willen verkopen en een meer generieke opkoopregeling te hanteren. Geert-Jan ten Brink, voorzitter begeleidingscommissie Woningmarktonderzoek : “Ik vind de resultaten zeer schokkend. De leefbaarheid in het aardbevingsgebied is sterk verslechterd. Veel bewoners voelen zich onveilig en de woningmarkt functioneert dramatisch.”

Leefbaarheid is verslechterd

Uit het onderzoek komt naar voren dat bijna 1 op de 3 huishoudens (ruim 15.000) in de negen aardbevingsgemeenten* zich onveilig voelen als gevolg van de aardbevingen.

Bijna 4.000 huishoudens kampen met psychische problemen als gevolg van de aardbevingsproblematiek. Sinds de sterke aardbeving in Huizinge in augustus 2012 is de leefbaarheid in het Groninger aardbevingsgebied aanzienlijk verslechterd. In 2012 was de tevredenheid met de woonomgeving in het aardbevingsgebied vergelijkbaar met de rest van Nederland. In 2015 is de tevredenheid echter sterk gedaald. Hiermee behoort het aardbevingsgebied tot de slechtst scorende gebieden van Nederland.

Weinig vertrouwen in de overheid

Veel mensen hebben weinig tot geen vertrouwen meer in de overheid. De bewoners zijn van mening dat de overheid en de NAM veel te weinig doen om de negatieve effecten van de aardbevingsproblematiek aan te pakken. Het gevoel heerst dat de overheid de kant van de NAM kiest en geen volledige verantwoordelijkheid neemt. De schadeafhandeling en de procedures daaromheen geven de bewoners van het aardbevingsgebied veel zorg en frustratie. “De waardevermeerderingsregeling was een positief lichtpuntje en zou alleen al om die reden in stand gehouden moeten worden”, aldus Ten Brink. Veel mensen willen het gebied verlaten als er niet snel iets verandert.

Woningmarkt onder druk

De bevolkingskrimp en de aardbevingen hebben er toe geleid dat er in het aardbevingsgebied geen sprake meer is van een normaal functionerende koopwoningmarkt. Met name de combinatie van krimp en aardbevingen is een giftige cocktail voor de toekomst.

Het herstel van de koopwoningmarkt in het aardbevingsgebied blijft achter bij de rest van de provincie Groningen (exclusief de gemeente Groningen) en bij Nederland. Dat blijkt uit de hoeveel woningen die te koop staan, uit de ontwikkeling van het aantal verkochte woningen, de verkoopprijs, de verkooptijd, het verschil tussen transactieprijs en vraagprijs, het aantal te koop staande woningen en de gemiddelde looptijd van de te koop staande woningen.

Een ruimere opkoopregeling

In het plan van de NCG beperkt de opkoopregeling zich tot die woningen waarvan de veiligheid door middel van versterking niet snel genoeg kan worden gegarandeerd of waarvan de kosten voor schadeherstel en/of versterking groter zijn dan de economische waarde. Daarnaast kan ook in schrijnende situaties tot opkopen worden overgegaan.

De onderzoekers adviseren een uitbreiding van deze opkoopregeling naar alle gevallen waarin bewoners hun woning niet binnen een redelijke termijn voor een redelijke prijs kunnen verkopen. Bij een opkoopregeling kan het beste worden aangesloten bij de zogenaamde Moerdijkregeling, waarbij de woningwaarde van een individuele woning berekend wordt door de WOZ-waarde uit het verleden te indexeren naar het huidige moment.

Waardedalingsregeling

De onzekerheid over de waarde van de woning is een belangrijk negatief effect  van de aardbevingsproblematiek. Momenteel wordt een eventuele compensatie voor waardedaling pas na verkoop bepaald. Voor een goede waardecompensatieregeling is het van belang dat deze eenvoudig en transparant is, waarbij de bewoners vooraf zelf kunnen inschatten op hoeveel compensatie voor waardeverlies ze recht hebben. Ten Brink “De huidige methodiek voldoet hier niet aan en leidt achteraf tot veel onbegrip en frustratie. Bovendien bevat de gehanteerde methode een hoge onbetrouwbaarheidsmarge. De huidige regeling dient dan ook te worden aangepast en nieuwe alternatieve methoden kunnen verder worden uitgewerkt.”

Monitoren van de resultaten

De onderzoekers adviseren tot slot een onafhankelijke monitoringscommissie in te stellen die de leefbaarheid en de woningmarkt in het aardbevingsgebied gaat volgen. Ook zou deze commissie aanbevelingen voor noodzakelijk vervolgonderzoek kunnen doen. Zodat het niet bij deze momentopname blijft maar er op langere termijn een compleet en actueel beeld ontstaat.

* Appingedam, Bedum, De Marne, Delfzijl, Eemsmond, Loppersum, Slochteren, Ten Boer en Winsum

HOOFDRAPPORT

Woningmarkt- en leefbaarheidsonderzoek aardbevingsgebied Groningen

Deelrapporten en BIJLAGEN

Wonen en aardbevingen Groningen hoofdrapport

Wonen en aardbevingen in Groningen bijlagenboek

Wonen en leven met aardbevingen. Meningen van burgers

Migratiestromen in Noordoost Groningen

Eigen Huis Marktindicator – regionaal

Ontwikkelingen op de markt voor koopwoningen in Groningen

Risico’s en verkoopbaarheid van woningen literatuurstudie

Risico’s en compensatie literatuurstudie

Beoordeling woningmarktmodellen aardbevingsgebied Groningen

Onderzoek effecten aardbevingsproblematiek op gemeentefinanciën

De Dialoogtafel organiseert een aantal bijeenkomsten in het aardbevingsgebied. Tijdens deze bijeenkomsten worden de eerste resultaten van het onderzoek ‘wonen en leven met aardbevingen’ gepresenteerd, dat in het voorjaar werd gehouden. Doel van de bijeenkomsten is dat bewoners hun ervaringen, ideeën en oplossingen delen met de onderzoekers.

Twee bijeenkomsten hebben inmiddels plaatsgevonden en de belangstelling is groot. De Dialoogtafel wil graag álle bewoners de kans geven om mee te praten en heeft de bijeenkomst in Loppersum, maandag 12 oktober a.s., dan ook uitgebreid. Deze was vol, maar daar kunt u zich nu weer voor aanmelden.

De bijeenkomsten gaan over de uitkomsten van de enquête én over de toekomst. Thema’s als ‘willen verhuizen’ en ‘leefbaarheid’ komen aan bod. Daarnaast toekomstvragen zoals “Wanneer zou u gebruik maken van een opkoopregeling en wat kan de overheid nog meer doen voor de veiligheid en leefbaarheid?”.

Om samen te kunnen zorgen voor goede oplossingen en regelingen die echt passen bij het gebied en de inwoners, zijn de inzichten van bewoners van groot belang.

U bent van harte uitgenodigd

logo dialoogtafel zonder rand

Tijdens een krimpexperiment in Zuidoost-Drenthe brachten huisartsen ter sprake dat binnen tien jaar 17% van hun collega’s zou stoppen met werken. Dat kan een groot huisartsentekort in krimpgebieden opleveren en het ministerie van Binnenlandse Zaken wilde daar graag meer van weten.

Opdracht van het ministerie

Het ministerie gaf opdracht aan CMO STAMM om uit te zoeken of er in de drie noordelijke provincies een huisartsentekort dreigt. Het resultaat is het rapport ‘Anticiperen op verwacht huisartsentekort. Quick Scan voor de Noordelijke provincies’.

Een interview met Fenna Bolding hierover is te lezen in de Nieuwsflits van Kennisnetwerk Krimp Noord-Nederland.

 

 

Basisschool Kromme Akkers in Garnwerd stond op punt van sluiten, maar door inzet van leerkrachten, schoolbestuur en bewoners blijft het open. Een gezamenlijke projectgroep heeft de mogelijkheden verkend om de school in Garnwerd te behouden. Dorpelingen moeten de handen uit de mouwen steken, wil de school blijven bestaan.
Lees meer in het artikel van het Dagblad van het Noorden.

Marcel Endendijk van CMO STAMM heeft vanuit zijn inhoudelijke kennis en kunde ondersteuning geboden aan de projectgroep.

 

© 2021 CMO STAMM - Disclaimer - Privacyverklaring - Sitemap

X