Tekst vergroten Tekst verkleinen Letter afstand vergroten Letter afstand verkleinen

Nederlanders lopen stage in Duitsland.

In Nederland zijn voor verschillende opleidingen veel te weinig stageplekken. En in Duitsland zijn ze heel erg blij met onze studenten en stagiaires. Samen met leadpartner provincie Drenthe en netwerk ZON werkt CMO STAMM daarom aan de stimulering van werkgelegenheid in Noord-Duitsland. Vanuit een eerder pilotproject werden de kansen en knelpunten benoemd.

Het wordt nu – volgens gedeputeerde Bijl  van de provincie Drenthe – tijd om oplossingen te verzilveren. Zo gaan van 2017 tot 2018 driehonderd Drentse en Groningse studenten hun stage zorg en welzijn in Duitsland vervullen en werken we aan twee grensoverschrijdende stage-bemiddelingspunten in Duitsland.

Ook wordt in het project SFSD (Sorgen für, Sorgen das) gewerkt aan een betere aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt in ons grensgebied. De volgende te bereiken mijlpaal is de Anerkennung van de mbo-diploma’s niveau 3, waardoor er geen landsgrenzen meer bestaan voor wat betreft werknemers in zorg en welzijn. SFSD staat inmiddels hoog aangeschreven bij ons Ministerie van Onderwijs, de Landkreisen Emsland en Leer en het Bundesambt in Niedersaksen.

Zo’n 30 werkgevers uit Nederland en Duitsland staan garant voor tenminste 60 nieuwe arbeidsplaatsen.

De lat ligt hoog, maar gezamenlijk werken we aan goede en concrete afspraken op diverse uitvoeringsniveaus. Dat is spannend en leerzaam, mede dankzij de culturele verschillen.

RTV Drenthe heeft onlangs een reportage uitgezonden over dit onderwerp.

Logo SFSD

Logo's partners Sorgen Für Sorgen DassLogo Arbeidsmarkt Noord - Sorgen Für Sorgen Dass

Miljoenen euro’s aan Europese subsidies, vind daar maar eens een weg in! CMO STAMM wijst je graag de weg in de calls van het voorjaar 2017 met een beknopt overzicht van de nieuwste Europese subsidies voor jongeren(werk), onderwijs, integratie, inclusie en Europees burgerschap.

Lees hier meer over de nieuwe programma’s, de richtlijnen en de beschikbare budgetten

Op 26 mei 2016 vond de feestelijke kick off plaats van het 3-jarige Interreg-VA-project ‘Sorgen für, sorgen dass (SFSD)’, een initiatief van CMO STAMM, netwerk ZON en de provincies Groningen en Drenthe. Het project genereert stageplekken voor > 700 studenten zorg en welzijn van de ROC’S van Groningen en Drenthe. Gedeputeerde Cees Bijl: “We kunnen eigenlijk alleen in Nederland terecht voor stages, opleidingen en werk. Maar in Duitsland is er veel werkgelegenheid en zijn meer stagemogelijkheden.”

Gedeputeerde Bijl denkt dat Nederland en Duitsland allebei veel hebben aan het project. “De Duitsers willen graag dat hun zieken verpleegd worden. Dus het is voor hen boeiend om een Nederlandse verzorgende te krijgen. Andersom hebben Nederlanders meer kans op de arbeidsmarkt.”

‘Echt een aanrader’

Melinda Bijzitter en Inge Prins hebben een stage gedaan in Duitsland. Voor Bijzitter was het wel even omschakelen. “De taal is wennen en je bent er niet bekend. Je moet alles zelf doen, want je woont er twintig weken. Maar het was heel leuk!” Prins is ook enthousiast en wil weer terug naar Duitsland. “Ik heb zes maanden in Papenburg gezeten op de chirurgieafdeling. Het was geweldig, echt een aanrader voor iedereen. Ik wil heel graag weer terug naar het ziekenhuis om daar mijn eindstage te doen.”

Logo Arbeidsmarkt Noord - Sorgen Für Sorgen Dass Logo's partners Sorgen Für Sorgen Dass

Onderwijsmonitor 2015

De Drentse Onderwijsmonitor blijkt een goed middel om de resultaten van Drentse leerlingen in beeld te krijgen en daardoor de vinger aan de pols te houden wat betreft de kwaliteit van het Drentse onderwijs. In Drenthe (en Nederland) gaan leerlingen nog even vaak naar het speciaal (basis)onderwijs als het voorgaand schooljaar. Vergeleken met scholen in Nederland zijn Drentse basisscholen vaker overgestapt naar alternatieve eindtoetsen als IEP en ROUTE8. De Centrale Eindtoets wordt nog wel door veruit de meeste scholen afgenomen.  En bij taal- en rekentoetsen in het tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs doen zowel vmbo-ers als havisten en vwo-ers het goed. Dat zijn enkele conclusies uit de 10e editie van de Drentse Onderwijsmonitor die op 9 maart 2016 wordt overhandigd aan de heer F. Dingelstad, directeur van de directie Primair Onderwijs en plaatsvervangend directeur-generaal PO/VO van het Ministerie van OCW.

De Drentse Onderwijsmonitor

De Drentse Onderwijsmonitor verschijnt dit jaar voor de tiende keer in opdracht van de provincie Drenthe en de Vereniging Drentse Gemeenten en is uitgevoerd door CMO STAMM. Het brengt de onderwijspositie en -prestaties van Drentse leerlingen in beeld, van primair tot wetenschappelijk onderwijs. Belangrijke informatiebronnen zijn de Dienst Uitvoering Onderwijs en de Inspectie van het Onderwijs. Daarnaast leveren steeds meer scholen in het primair onderwijs (93% van de basisscholen) en alle scholen voor voortgezet onderwijs gegevens aan.

 

In augustus 2015 stuurde staatssecretaris Dekker (OCW) een voortgangsrapportage aan de Tweede Kamer over de van maatregelen die hij heeft genomen om de gevolgen van leerlingendaling in het primair en voortgezet onderwijs op te vangen.

De brief gaat in op een aantal aanpassingen in wet- en regelgeving. Het gaat daarbij om aanpassen van de fusietoets in het primair en voortgezet onderwijs en het vereenvoudigen van de vorming van de samenwerkingsschool in beide sectoren, verandering van de denominatie van een school en van verplaatsing van een school in het primair onderwijs. Daarnaast komt er een wettelijke verplichting voor schoolbesturen om samen te werken aan een toekomstbestendig onderwijsaanbod in de regio, en een verplichting voor medezeggenschapsraden om bij sluiting of fusie van een school de achterban te betrekken.

De volledige voortgangsrapportage vindt u hier.

Het ministerie van OC&W bereidt wetgeving voor waarmee schoolbesturen verplicht worden om met andere besturen in hun regio overleg te voeren om te komen tot een ‘toekomstbestendig onderwijsaanbod’. Het wetsvoorstel is onlangs voorgelegd aan het veld in de vorm van een ‘internetconsultatie’.

Als de wet van kracht wordt, moeten alle schoolbesturen Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) voeren over het onderwijsaanbod in de regio. Hierbij moeten zij ook overleggen met de betreffende gemeenten. De wet schrijft niet voor hoe ‘de regio’ er uit moet zien: het kan op het niveau van een gemeente plaats vinden, maar bijvoorbeeld ook op dat van het samenwerkingsverband passend onderwijs.

Daarnaast bevat het wetsvoorstel bepalingen die het voor schoolbesturen eenvoudiger moeten maken om het een herschikking van het onderwijsaanbod te realiseren. Binnen de huidige wetgeving is dat vaak onmogelijk wanneer dat een verhuizing, omzetting of uitbreiding met een richting betreft. Het wetsvoorstel heeft tot doel dit te vergemakkelijken.

De tekst van het Wetsvoorstel toekomstbestendig onderwijsaanbod staat online en is te vinden via https://www.internetconsultatie.nl/toekomstbestendigonderwijsaanbod.

In mei 2015 zijn Jacob Bruintjes en Roosje van Leer gestart met hun werkzaamheden als ‘regionaal procesbegeleider leerlingendaling’ in Drenthe. Zij hebben gesproken met bijna alle schoolbestuurders in Drenthe en alle verantwoordelijk wethouders en hebben een rapport met hun bevindingen naar alle gesprekspartners verstuurd. In 2016 heeft Toke Slaman de taken van Roosje van Leer overgenomen.

De activiteiten van de regionaal procesbegeleiders zijn er op gericht om te komen tot regionale plannen voor het onderwijsaanbod, met aandacht voor de onderwijskwaliteit, de bereikbaarheid van onderwijs en de diversiteit van het scholenlandschap (zowel op het gebied van identiteit als onderwijsconcept). Daarnaast adviseren en ondersteunen de procesbegeleiders op aanvraag van individuele schoolbesturen en gemeenten bij krimpgerelateerde vraagstukken. De procesbegeleiders worden inhoudelijk aangestuurd door de stuurgroep Onderwijs en Krimp Drenthe.

Het maken van een goede analyse van de situatie in elk van de Drentse gemeenten kost tijd; in de eerste gespreksronde zijn ruim vijftig gesprekken gevoerd met zo’n tachtig personen. Begin 2016 zullen de procesbegeleiders hun bevindingen bespreken met de schoolbesturen en gemeenten, om gezamenlijk te bepalen welke vervolgstappen nodig zijn om te komen tot een toekomstbestendig onderwijsaanbod.

Bijna 750 leerlingen minder op Drentse basisscholen; acht scholen gesloten. De krimp in het basisonderwijs zet door, maar in een wat lager tempo dan in de afgelopen jaren. In oktober van dit schooljaar stonden er 42.312 kinderen ingeschreven op een Drentse basisschool; dat is 747 minder dan een jaar eerder. Dat blijkt uit een analyse van CMO STAMM van de voorlopige telgegevens van DUO. De daling is wat minder sterk dan vorig jaar, toen het totale leerlingaantal in één jaar tijd daalde met 1.287.

KRIMP VLAKT AF

De scholen in de gemeenten Coevorden, De Wolden, Aa en Hunze en Westerveld zijn in het afgelopen jaar het sterkst gekrompen – in elk van deze gemeenten daalde het aantal leerlingen met meer dan 3% in één jaar tijd. Hoogeveen is de enige Drentse gemeente waar in het afgelopen jaar het leerlingenaantal steeg. In Midden-Drenthe, Borger-Odoorn en Tynaarlo is het leerlingaantal praktisch gelijk gebleven. In Drenthe als geheel daalde het leerlingenaantal met 1,7%.

ACHT SCHOLEN DICHT

Acht scholen hebben met ingang van dit schooljaar de deuren gesloten. Het gaat om de Rehobothschool in Gees, De Hille in Barger-Compascuum, de Mr Halmaschool in Oranjedorp, De Bark in Valthe, OBS de Eemster in Dwingeloo, De Kooi in Eelde, De Triangel in Nieuw Annerveen en De Badde in Annerveenschekanaal. Elk van deze scholen had in het vorig school minder dan 30 leerlingen.

Een jaar eerder sloten zeven scholen in Drenthe definitief hun deuren. Sinds 2006 zijn 39 scholen gesloten. Er zijn nu nog 271 basisscholen in de provincie.

EEN OP TIEN SCHOLEN KLEINER DAN 50 LEERLINGEN

Van deze scholen hebben er 28 minder dan 50 leerlingen. De meeste van deze kleine basisscholen staan in de gemeenten Hoogeveen (5), Noordenveld, De Wolden, Coevorden en Aa en Hunze (elk 4).

Alle gegevens komen van DUO, bewerking CMO STAMM.

Ontwikkeling 2014-2015

Abs.

Ontwikkeling 2014-2015

%

Coevorden -157 -5,0%
De Wolden -92 -5,0%
Aa en Hunze -80 -4,1%
Westerveld -46 -3,3%
Noordenveld -77 -2,9%
Assen -161 -2,4%
Emmen -165 -1,8%
Meppel -57 -1,7%
Tynaarlo -14 -0,4%
Borger-Odoorn -5 -0,3%
Midden-Drenthe -4 -0,1%
Hoogeveen 111 2,1%
Totaal Drenthe -747 -1,7%

 

Scholen met <50 leerlingen Scholen met 50-80 ll Scholen met 81-144 ll Scholen met 145-300 ll Scholen met >300 ll Totaal aantal scholen
Aa en Hunze 4 0 7 3 1 15
Assen 0 2 2 13 8 25
Borger-Odoorn 1 5 7 3 0 16
Coevorden 4 12 4 4 3 27
De Wolden 4 3 3 4 1 15
Emmen 2 13 20 21 4 60
Hoogeveen 5 2 11 9 5 32
Meppel 0 0 2 9 3 14
Midden-Drenthe 1 3 7 5 2 18
Noordenveld 4 3 2 7 1 17
Tynaarlo 2 6 4 5 3 20
Westerveld 1 4 5 2 0 12
Totaal Drenthe 28 53 74 85 31 271

Basisscholen in Drenthe zitten, mede als gevolg van de leerlingendaling van de afgelopen jaren, vaak te ruim in hun jasje. Ruim één op de tien lokalen is ‘over’. Over tien jaar zal dat aantal zijn verdubbeld, als er niets verandert aan de gebouwen. Dat blijkt uit een inventarisatie die CMO STAMM deed in opdracht van de stuurgroep Onderwijs en Krimp Drenthe. Op dinsdag 29 september organiseerde CMO STAMM een Kennisatelier over leegstand en herbestemming in de leegstaande school van Fort (De Wolden).

Basisscholen hebben recht op een bepaalde oppervlakte aan schoolgebouw, afhankelijk van het aantal leerlingen. In Drenthe als geheel hebben scholen op dit moment ruim 10% ruimte te veel. In sommige gemeenten loopt het overschot aan ruimte nu al op tot bijna 20%. In 2025 zal het overschot zijn opgelopen tot één op de vijf lokalen in de provincie als geheel; de gemeente Westerveld spant dan de kroon met één op de drie.

Het overschot aan ruimte wordt soms gebruikt voor kinderopvang of een peutergroep; vaak gebruiken scholen de ruimte ook zelf. Dat kost de schoolbesturen veel geld – dat niet ten goede kan komen aan het onderwijs. De bekostiging vanuit het Rijk is immers wel gebaseerd op het aantal leerlingen. CMO STAMM becijferde dat de kosten voor schoolbesturen op jaarbasis liggen tussen de zes ton en 1,7 miljoen euro, afhankelijk van de vraag of het lokaal wordt gebruikt en dus verwarmd, of dat het werkelijk leeg staat. In 2025 zal dit zijn opgelopen tot een bedrag tussen de één en drie miljoen.

Niet alleen het aantal lege lokalen, maar ook het aantal volledige schoolgebouwen zal de komende jaren toenemen, zo is de verwachting. Op dit moment wachten ruim twintig schoolgebouwen in Drenthe op een nieuwe bestemming. In de afgelopen jaren zijn verschillende gebouwen in de provincie herbestemd tot woonhuis, bedrijfsruimte of zorginstelling. Om een indruk te krijgen van de mogelijkheden, kregen de aanwezigen van het kennisatelier in Fort een rondleiding door de lege school door twee zorgondernemers die de school gaan omvormen tot kleinschalige voorziening voor ouderenzorg.

Klik hier voor de voor de resultaten van de inventarisatie (powerpointpresentatie kennisatelier 29 september).

Zie ook:

DvhN We krimpen een klas per jaar

DvhN Een op de tien lokalen staat leeg

RTV Drenthe

De krimp in het basisonderwijs is nog niet ten einde. De provincie Drenthe voorspelt in de Bevolkingsprognose 2015-2040 dat het aantal kinderen in de basisschoolleeftijd nog zeker tot 2024 zal dalen. Daarna stabiliseert het aantal zich. In 2025 telt Drenthe ruim 5.000 kinderen minder dan nu.

Alle Drentse gemeenten hebben de komende jaren te maken met een dalend aantal leerlingen, zo blijkt uit de nieuwe prognose. In de komende tien jaar zal de krimp het sterkst zijn in de gemeenten Aa en Hunze en Westerveld. Sommige gemeenten hebben in de afgelopen tien jaar de grootste klap al gehad. Kijken we naar de periode van 2005 tot 2025, dan is de krimp het sterkste in de gemeenten Aa en Hunze, Borger-Odoorn, Westerveld en De Wolden.

website roosje

2005-2025

Aantal kinderen in basisschool-leeftijd 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025
Aa en Hunze 2.189 2.072 1.972 1.889 1.840 1.774 1.712 1.677 1.621 1.605 1.595
Assen 6.872 6.760 6.709 6.622 6.526 6.488 6.448 6.421 6.429 6.452 6.482
Borger-Odoorn 2.164 2.117 2.049 1.991 1.951 1.897 1.856 1.809 1.794 1.788 1.799
Coevorden 3.267 3.220 3.132 3.046 2.980 2.910 2.863 2.792 2.751 2.698 2.671
Emmen 9.523 9.298 9.077 8.907 8.736 8.657 8.598 8.513 8.443 8.409 8.427
Hoogeveen 5.491 5.461 5.381 5.363 5.374 5.393 5.357 5.337 5.382 5.397 5.466
Meppel 3.401 3.385 3.283 3.181 3.135 3.097 3.076 3.058 3.029 3.015 3.005
M-Drenthe 3.024 2.910 2.838 2.745 2.692 2.649 2.622 2.601 2.600 2.594 2.588
Noordenveld 2.829 2.758 2.659 2.575 2.520 2.469 2.423 2.392 2.381 2.339 2.325
Tynaarlo 3.220 3.163 3.133 3.085 3.036 3.019 2.994 2.964 2.928 2.909 2.899
Westerveld 1.619 1.516 1.423 1.331 1.286 1.251 1.211 1.205 1.208 1.211 1.218
De Wolden 2.143 2.062 2.016 1.969 1.932 1.887 1.884 1.854 1.817 1.798 1.773
Drenthe 45.742 44.720 43.671 42.702 42.007 41.491 41.044 40.622 40.382 40.214 40.248

 

Over 5 jaar zullen er 25 duizend minder leerlingen in de eerste twee leerjaren van het middelbaar Nederlands onderwijs zitten dan nu. Dat blijkt uit de referentieraming 2015 van het ministerie van Onderwijs. Dat heeft grote gevolgen voor de organisatie van het onderwijs, met name in de krimpregio’s.

Vmbo, havo en vwo apart

De krimp zorgt ervoor dat brede scholengemeenschappen in verschillende regio’s zullen verdwijnen. In Maastricht verdwijnen de scholengemeenschappen na de zomervakantie. Alle middelbare scholieren in de Limburgse hoofdstad worden de komende jaren op schooltype bij elkaar gezet. Er komt dus één school voor het vmbo, één voor de havo en één voor het vwo. LVO, het bestuur van de meeste Limburgse middelbare scholen, heeft die beslissing genomen vanwege de sterke daling van het aantal leerlingen. Voor de komende tien jaar wordt in Maastricht een krimp voorspeld van 25 procent. In Weert was het schoolbestuur om dezelfde reden al eerder begonnen met de vorming van aparte vmbo-, havo- en vwo-scholen, waardoor er meer leerlingen van hetzelfde niveau in hetzelfde schoolgebouw komen te zitten.

Scholen die kleiner worden, krijgen steeds minder geld van het ministerie van Onderwijs, omdat ze per leerling gefinancierd worden. Door leerlingen per onderwijssoort bij elkaar te zetten, ontstaan volgens LVO in Maastricht weer stevige scholen die juist kunnen investeren in de kwaliteit van het onderwijs.

Krimp raakt alle regio’s

De referentieraming van het ministerie van Onderwijs geeft de verwachtingen van de leerlingenaantallen tot 2020 weer. Het voortgezet onderwijs (vo) kan de volgende 5 jaar een flinke krimp tegemoet zien, zeker in de onderbouw. De krimp die voor scholen in Zeeland, Limburg en langs de oostgrens al merkbaar was, zal zich uitbreiden naar alle regio’s. Dit komt door een bevolkingsdaling vanaf 2004. Het ministerie verwacht daarnaast dat meer leerlingen een vmbo-opleiding zullen doen en minder naar havo/vwo gaan. Dit komt door een veranderde keuze en selectie rekening.

Krimp in het vo in Drenthe

Ook in Drenthe zal de krimp de komende jaren voelbaar zijn in het voortgezet onderwijs. De provincie Drenthe voorspelt in de Bevolkingsprognose 2015-2040 dat het aantal inwoners tussen de 12 en 22 jaar in de komende tien jaar het snelst zal dalen in de gemeenten Aa en Hunze (-20%), Borger-Odoorn (-20%), Westerveld (-20%) en De Wolden (-18%). Alleen in Assen zal het aantal inwoners in deze leeftijdsgroep nog iets stijgen (+1%). Verschillende schoolbesturen in Drenthe denken daarom ook na over hoe zij het onderwijs in de toekomst willen organiseren.

Zie voor de verwachte krimpcijfers per vo-school de site van de NOS.

 

Basisschool Kromme Akkers in Garnwerd stond op punt van sluiten, maar door inzet van leerkrachten, schoolbestuur en bewoners blijft het open. Een gezamenlijke projectgroep heeft de mogelijkheden verkend om de school in Garnwerd te behouden. Dorpelingen moeten de handen uit de mouwen steken, wil de school blijven bestaan.
Lees meer in het artikel van het Dagblad van het Noorden.

Marcel Endendijk van CMO STAMM heeft vanuit zijn inhoudelijke kennis en kunde ondersteuning geboden aan de projectgroep.

 

Het ministerie van OC&W stelt geld beschikbaar om in Drenthe twee ‘regionaal procesbegeleiders leerlingendaling’ aan te stellen. Roosje van Leer van CMO STAMM en Jacob Bruintjes, ex-wethouder van Borger-Odoorn, hebben deze taak opgepakt. In 2016 heeft Toke Slaman de taken van Roosje van Leer overgenomen.

Schoolbesturen in krimpregio’s zijn vanaf 1 augustus 2016 wettelijk verplicht om afstemming te zoeken met andere besturen in de regio, om samen te komen tot een toekomstbestendig regionaal onderwijsaanbodplan. Om schoolbesturen hierbij te helpen, stelt het ministerie middelen ter beschikking om een ‘regionaal procesbegeleider krimp en onderwijs’ aan te stellen, die een faciliterende en trekkende rol kan vervullen. De stuurgroep Onderwijs en krimp Drenthe heeft aan Roosje van Leer en Jacob Bruintjes gevraagd om een projectaanpak uit te werken en de rol van ‘regionaal procesbegeleider’ als duo op zich te nemen. Half maart is de aanvraag ingediend bij het ministerie; onlangs werd bekend dat de aanvraag is goedgekeurd. In 2016 heeft Toke Slaman de taken van Roosje van Leer overgenomen.

Aanpak op provinciale schaal

De stuurgroep Onderwijs en krimp Drenthe onderschrijft het belang van procesbegeleiding op provinciale schaal en wil dan ook graag gebruik maken van de financiële middelen die hiervoor beschikbaar komen. De aanvraag is ondersteund door vrijwel alle Drentse gemeenten en een groot aantal schoolbesturen in Drenthe. De stuurgroep treedt op als inhoudelijk opdrachtgever van de procesbegeleiders.

Doelstelling

Het doel van het aanstellen van een regionaal procesbegeleider krimp en onderwijs is om te komen tot regionale plannen voor het onderwijsaanbod, met aandacht voor de onderwijskwaliteit, de bereikbaarheid van onderwijs en de diversiteit van het scholenlandschap (zowel op het gebied van identiteit als onderwijsconcept). Daarnaast kan de procesbegeleider op aanvraag van individuele schoolbesturen (en gemeenten) adviseren en ondersteunen bij krimpgerelateerde vraagstukken.

Rolverdeling

Het komen tot regionale onderwijsaanbodplannen is een verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. In de afgelopen periode zijn door sommige besturen al flinke stappen gezet om te komen tot afstemming en samenwerking. In eerste instantie wil de stuurgroep dan ook aansluiten bij wat er al is: goede ervaringen delen in de regio, en zorgen dat schoolbesturen kunnen leren van elkaar. Waar nodig kan de inzet van de procesbegeleider intensiever zijn. De toegevoegde waarde van een procesbegeleider is vooral gelegen in de onafhankelijke positie, gecombineerd met een heldere analyse van de situatie. Vanzelfsprekend starten de procesbegeleiders met gesprekken met de verantwoordelijke schoolbestuurders over hun visie op het komen tot regionale aanpassingsplannen.

Zie ook: RTV Drenthe, ‘Krimpcoaches’

En: RTV Drenthe: ‘Krimpcoaches aan de slag’

Schoolbesturen in krimpregio’s zijn vanaf 1 augustus 2016 wettelijk verplicht om afstemming te zoeken met andere besturen in de regio, om samen te komen tot een toekomstbestendig regionaal onderwijsaanbodplan. Om schoolbesturen hierbij te helpen, stelt het ministerie middelen ter beschikking om een ‘regionaal procesbegeleider krimp en onderwijs’ aan te stellen, die een faciliterende en trekkende rol kan vervullen. De stuurgroep Onderwijs en Krimp Drenthe heeft aan Roosje van Leer (In 2016 heeft Toke Slaman de taken van Roosje overgenomen) van CMO STAMM en Jacob Bruintjes van Bruintjes Demografisch Advies gevraagd om een projectaanpak uit te werken en de rol van ‘regionaal procesbegeleider’ als duo op zich te nemen. Half maart is de aanvraag ingediend bij het ministerie. 

Aanpak op provinciale schaal

De stuurgroep Onderwijs en Krimp Drenthe onderschrijft het belang van procesbegeleiding op provinciale schaal en wil dan ook graag gebruik maken van de financiële middelen die hiervoor beschikbaar komen. De aanvraag is ondersteund door vrijwel alle Drentse gemeenten en een groot aantal schoolbesturen in Drenthe. Als de aanvraag wordt gehonoreerd, dan zal de stuurgroep optreden als inhoudelijk opdrachtgever.

Doelstelling

Het doel van het aanstellen van een regionaal procesbegeleider krimp en onderwijs is om te komen tot regionale plannen voor het onderwijsaanbod, met aandacht voor de onderwijskwaliteit, de bereikbaarheid van onderwijs en de diversiteit van het scholenlandschap (zowel op het gebied van identiteit als onderwijsconcept). Daarnaast kan de procesbegeleider op aanvraag van individuele schoolbesturen (en gemeenten) adviseren en ondersteunen bij krimpgerelateerde vraagstukken.

Rolverdeling

Het komen tot regionale onderwijsaanbodplannen is een verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. In de afgelopen periode zijn door sommige besturen al flinke stappen gezet om te komen tot afstemming en samenwerking. In eerste instantie wil de stuurgroep dan ook aansluiten bij wat er al is: goede ervaringen delen in de regio, en zorgen dat schoolbesturen kunnen leren van elkaar. Waar nodig kan de inzet van de procesbegeleider intensiever zijn. De toegevoegde waarde van een procesbegeleider is vooral gelegen in de onafhankelijke positie, gecombineerd met een heldere analyse van de situatie. Vanzelfsprekend starten de procesbegeleiders met gesprekken met de verantwoordelijke schoolbestuurders over hun visie op het komen tot regionale aanpassingsplannen.

Zie ook RTV Drenthe, ‘Krimpcoaches’

Een leer-werktraject voor werkzoekenden in de zorg, dat ook nog eens betaald wordt door de Duitse overheid. Klinkt bijna te mooi om waar te zijn, maar toch kunnen jongeren tussen de 18 en 27 jaar in aanmerking komen voor een dergelijk traject.

Groot probleem is dat je met een Nederlands diploma maar moeilijk in de zorg in Duitsland aan de bak kunt komen. En daarom is het 3-jarige leer-werktraject opgezet. Door vier dagen te werken en één dag een opleiding te volgen, beschik je aan het einde over het praktijkgericht diploma ‘Altenpflegerin/Altenpfleger’, waarmee je in Duitsland aan de slag kunt.

Het project wordt uitgevoerd door de Duitse overheid in samenwerking met de gemeente Groningen. Ook is er afstemming met de gemeente Oldambt, het UWV en Netwerk Zon, die zich vooral richt op stageplekken in de zorg.

De eerste aanmeldingen zijn al binnen. Andere belangstellenden kunnen zich voor meer informatie melden op werkeninduitsland@groningen.nl.

© 2021 CMO STAMM - Disclaimer - Privacyverklaring - Sitemap

X