Jongeren hebben vooral contacten met leeftijdsgenoten nodig om hun identiteit te kunnen ontwikkelen.

Jongeren over coronamaatregelen

5 juni 2020

Zodra de temperatuur in Nederland oploopt, merken we hoe lastig het is om de coronamaatregelen in acht te nemen. We willen er dan vooral op uit. Zwemmen of lekker met elkaar zonnen aan de rand van een plas. Ook in de provincies Groningen en Drenthe, zo bleek tijdens de afgelopen Hemelvaartsdag. Voor volwassenen is het al een opgave om zich aan alle maatregelen te houden, voor puberende jongeren is dat velen malen lastiger. Wat zeggen jongeren in Groningen en Drenthe hierover?

Pubers en jongvolwassenen zijn volop in ontwikkeling. Ze vormen groepjes, willen naar feestjes en ze zoeken graag de grenzen op. Dat hoort bij hun leeftijd. Nu de coronamaatregelen versoepelt worden en ook deze groep weer naar buiten kan, zoeken ze de grenzen op van de anderhalvemetersamenleving. Ze overzien de mogelijk negatieve gevolgen van hun gedrag nog niet helemaal, want hun brein is nog volop bezig om hun eigen identiteit te ontwikkelen.

Als het dan ineens mooi weer is en je kunt eindelijk weer gaan zwemmen, dan lijken de strenge regels in het zwembad ineens een beetje stom. Je komt aan in je zwemkleding, zwemt en moet na afloop meteen naar huis. “Even gezellig blijven hangen, een beetje kletsen en zonnebaden, is er niet bij”, zo vertelt een vijftienjarige die was komen zwemmen in het Valthermondse bad De Zwaoi in het Dagblad van het Noorden. Zijn grootste punt was echter, het gemis aan leeftijdsgenoten in het zwembad. Door omstandigheden zwom hij vooral met oudere mensen.

Geen sociale contacten maakt je eenzaam of somber

Volgens de wetenschappers is sociale onthouding schadelijk voor jongeren en jongvolwassenen. Dit was nodig om het coronavirus niet verder te verspreiden. Maar jongeren hebben vooral contacten met leeftijdsgenoten nodig om hun identiteit te kunnen ontwikkelen. Uit ons onlangs gehouden onderzoek onder het Groningse panel blijkt dat meer dan een derde van de jongvolwassenen (18-27 jaar) zich vaker eenzaam of somber voelt sinds de invoering van de coronamaatregelen. In de tweede maand na de eerste maatregelen (april) gaf 37% van de 204 respondenten in de leeftijd van 18-27 jaar aan zich vaker eenzaam te voelen. 37% voelt zich vaker somber. Bij oudere leeftijdsgroepen liggen deze percentages lager.

Deze gevoelens kunnen deels verklaard worden door de verminderde sociale contacten. Jongeren die aangeven dat ze in de maand april minder mensen spraken dan normaal, gaven vaker aan dat hun eenzame en sombere gevoelens in de maand april zijn toegenomen. De impact van de coronamaatregelen op de sociale contacten kent echter twee kanten. Zo zeggen sommige jongvolwassenen dat vrienden in deze periode vaker even checken hoe het met ze gaat en dat de veranderingen ervoor zorgen dat er nieuwe manieren van communicatie tot stand komen, zoals het sturen van kaartjes en online contact. Anderen geven juist aan dat het binnen zitten zorgt voor verminderde sociale contacten en dat zij het fysieke contact met anderen missen.

  • “Sommige mensen checken nu hoe het met je gaat, terwijl zij dit anders niet zo snel zouden doen.”
  • “Het is lastiger om online alle sociale contacten te onderhouden, fysiek afspreken is een groot gemis.”

De samenstelling van het huishouden kan ook van invloed zijn op de sombere en eenzame gevoelens. Over het algemeen worden toenemende gevoelens van eenzaamheid en somberheid het vaakst aangegeven door Groningers die bij hun ouders, familie of verzorgenden in huis wonen. Dit is ook de samenstelling waarin de meest jongvolwassenen in het Groninger panel wonen, 66% van hen woont bij zijn of haar ouders, familie of andere verzorgende.

Angst om anderen te besmetten

Omdat het virus er nog steeds is, geldt ook voor jongeren vanaf 13 jaar nog altijd: anderhalve meter afstand houden. De kans dat een kind van 12 jaar of jonger het coronavirus doorgeeft is héél klein. De kans dat iemand vanaf 13 jaar het virus doorgeeft, is iets groter.

Uit het Groninger panel blijkt dat de angst om anderen te besmetten met het coronavirus het sterkst aanwezig is bij jongvolwassenen. 62% van hen is bang om anderen te besmetten. Bij de 65-plussers ligt dit percentage een stuk lager op 28%. Dit lijkt niet verklaard te worden doordat ouderen gemakkelijker thuisblijven, doordat ze niet meer werken. Ook wanneer alleen mensen met een inkomen uit werk worden meegenomen is de angst om anderen te besmetten een stuk minder vaak aanwezig bij de oudere leeftijdsgroepen. Jongvolwassenen hebben daarentegen wel het minst vaak angst om zelf besmet te raken (43%), al verschilt dit percentage minder van dat van de 65-plussers (52%) dan men misschien zou verwachten op basis van het verschil in risico voor de twee leeftijdsgroepen.

De angst om anderen te besmetten lijkt ook van invloed te zijn op het gedrag van jongvolwassenen. 60% van hen geeft aan geen gebruik te maken van voorzieningen die wel beschikbaar zijn. Ter vergelijking: bij de 65-plussers is dit 48%. Of dit gedrag stand heeft gehouden en zal houden, na versoepeling van de maatregelen en nu het langer duurt, zal uit later onderzoek moeten blijken.

Deel dit bericht.

Meer informatie.

Volg ons.

Gerelateerd.

© 2020 CMO STAMM - Disclaimer - Privacyverklaring

X