Burgerinitiatieven laten zien hoe we samen nieuwe impact kunnen maken

Reuring – De kracht van burgerinitiatieven

26 januari 2017

Een blog door (inmiddels oud-collega) Jan van der Bij

Hier en daar wordt met neerbuigendheid gesproken over burgerkracht en de volgens sommigen ronkende termen die ervoor gebruikt worden.

Het echte verhaal is dat inwoners overal verantwoordelijkheid nemen. Dat het niet gaat over gemeenten die zaken over de schutting gooien, maar over regie. De collega’s van CMO STAMM en ik staan dagelijks samen met inwoners soms letterlijk met de voeten in de modder. Om de weg naar regie te plaveien, om reuring te helpen regisseren, om ambities waar te maken. Ik laat daar graag wat van zien.

Super

Het is donker op de smalle landweg. En het is ijzig koud. Met het raampje half naar beneden tuur ik bibberend naar afwezige huisnummers. Oplettend dat ik niet tegen een dicht aan de weg staande boom rijd. Keren maar weer. Kennelijk de boerderij gemist. Ohh het was toch dat huis met die blaffende hond….

Binnen zit een bont gezelschap. Grijze mannen, twee wat jongere vrouwen, een jonge ondernemer. Met houtkachelwarmte, en met koffie en cake erbij zijn ze druk in gesprek over de dorpswinkel die vorige week dicht ging. Ik schuif aan en we praten over opties. Zelf doen? Keten vragen? Kennen we een ondernemer? Wil de Jumbo misschien een dependance? En wat betekent zelf doen? Coöperatie oprichten? En moeten we de bank er niet bij halen? Het dorp om een bijdrage vragen? Een startmeeting organiseren? We maken afspraken. Wie gaat naar de Jumbo, wie belt de ketens, wie maakt de afspraak met de bank. En een van de mannen gaat naar de failliete eigenaar om eens te horen wat er nu precies mis ging. Een week later is het wat zachter buiten, maar ik zoek opnieuw in het donker naar de boerderij… Deze avond gaat het snel: met een ondernemer, met een keten en het dorp en de bank gaan we zorgen voor een snelle heropening van de dorpssuper. Draagvlak in het dorp is wezenlijk: in geld en vooral in de vorm van mensen die hun boodschappen in de winkel gaan doen. Binnen een week na de boerderijvergadering puilt het dorpshuis uit, tweehonderd mensen zijn naar het zaaltje gekomen om hun steun aan de winkel te betuigen en te helpen zorgen dat-ie weer open gaat. Het winkelplan – neergezet door dorpsbewoners en ondernemer – ontmoet veel reuring en blijdschap. Een week later hebben bewoners en ondernemers 30.000 euro opgebracht en is de financiering voor heropening rond. Samen prikken we de dag waarop de winkel feestelijk wordt geopend.

Een groot leeg pand waar een bank in heeft gezeten. Het staat al twee jaar leeg en begint eerste tekenen van verval te vertonen. Een bladder verf hier, een roestplek daar, een bruine lekplek op een plafond op de eerste verdieping, en een klamme vochtigheid die alles overheerst en een muffe geur veroorzaakt. Het pand staat middenin het kleine detailhandelscentrum. En de leegstand is daarmee heel zichtbaar. Voor de ondernemers, voor bezoekers en toeristen. Een doorn in het oog en voor sommigen een reden het heil elders te zoeken. Wij gaan er op een dag gewoon zitten, laptops mee, even wifi regelen. De makelaar en de vastgoedeigenaar geven toestemming het pand drie maanden voor niks te gebruiken. We betalen alleen gas en licht. We maken kennis met de detailhandel rond het gebouw en vertellen wat we van plan zijn: het centrum versterken door een leeg pand te vullen, mensen te activeren en de buurten rond het centrum weer aan te haken bij hun centrum. De volgende dag bezoeken we de basisscholen in de buurt en een middelbare school. Met de vraag of ze misschien over het centrum willen tekenen of schilderen en of we dan hun werk in de winkel mogen hangen. Dat brengt een heel circus teweeg. Lopende kunstprojecten op de scholen zaten kennelijk om zo’n gelegenheid te springen. En of het nu over het centrum gaat of niet, de kleurige schilderingen, tekeningen en sculpturen van de leerlingen maken van het wat treurige pand een feest van warmte, knusheid en beweging. Want die beweging…. niet te stuiten. Idee was dat we ook af en toe nog wat zouden kunnen werken, maar de winkel staat voortdurend vol: met kinderen die kunst komen aanbieden, met trotse ouders, met buurtorganisaties, met artiesten van allerlei kaliber die dit leuk vinden en ook wel iets willen hier. En ja, eerst wat schoorvoetend, langzamerhand ook met ondernemers. Die keken eerst de kat wat uit de boom. Maar werden wel blij van de grote toeloop en de reuring. In samenwerking met hen en de scholen – en een huurdersvereniging – organiseren we een groot event rond de kunst in het pand. De bakker zorgt voor de catering, de bloemenzaak brengt prachtige boeketten, de slager maakt hapjes. De schoolkinderen zorgen voor muziek, dans en een dj. Kunstenmakers uit de omgeving gaan busken op straat en spelen sketches. Van heinde en verre komen mensen naar het pand. Daar veilen we de kunst van de leerlingen, de opbrengst gaat naar hun scholen. Het wordt een prachtige dag, waarbij de zon ons een handje komt helpen. Twee lokale burgerinitiatieven nemen hierna het stokje van ons over en krijgen ook toestemming nog een tijd gratis gebruik van het pand te maken. Inmiddels is het pand zo in de belangstelling komen te staan dat zich twee huurders hebben gemeld bij de makelaar. Een winkel start op de benedenverdieping en boven gaan een aantal projecten en drie ZZP-ers huren. Zo eenvoudig is het dus.

Coöperatie

Een kleine buurtschap vindt wat van het onderhoud van het openbaar gebied door de gemeente. “We kunnen het beter” zeggen de bewoners. In een grote schuur bij een bouwbedrijf is de kantine tot vergaderhonk omgetoverd. Daar zit een enthousiast clubje te bekokstoven hoe het anders kan met het onderhoud van bermen, sloten en klinkerwegen. Gelukkig is het zomer en kan ik de schuur met daglicht vinden. En het is warm. Zo midden in de zomer is het een genot om de auto uit te stappen bij het geïmproviseerde honk en over de velden uit te kijken. Dus hier willen de bewoners mee aan de slag. Ze willen het nog mooier maken. Ik heb een boterkoek gebakken, leuk zo bij de eerste kennismaking. Een geweldige eerste vergadering. De bewoners lopen over van ideeën en plannen. Want denk maar niet dat ze alleen maar met het openbaar gebied aan de slag willen. Ze willen een natuurterrein gaan beheren en er een theehuis neerzetten. Ze willen werk creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ze willen het vervallen treinstation – waar al decennia geen trein meer komt – in ere herstellen. Samen met recreatieondernemers en een aantal toeristische initiatieven uit de buurt willen ze hun mooie regio toegankelijk maken voor mensen van buiten. En er een verdienmodel van maken waar de gemeenschap wel bij vaart. Een coöperatie van het dorp lijkt ze wel wat. Ik mag meedenken over de opzet van de coöperatie en over het hoe en wat van het overnemen van onderhoud/beheer van het openbaar gebied. In de weken na de eerste bijeenkomst brengen bewoners en gemeente het te bestrijken areaal in beeld. En gaan ze in gesprek over het bedrag dat de gemeente voor het onderhoud zal betalen. Het hele dorp stemt in met het zelfbeheerplan. De coöperatie wordt opgericht. En natuurlijk gaat er nog het nodige overheen en moet er van alles geregeld worden, rond regels, verzekeringen, contracten, aanbesteding. Maar het volgende voorjaar rijdt een maaizuigcombinatie van het bewonersbedrijf langs de bermen! Het kàn echt!

Het zijn deze burgerinitiatieven, deze betrokken inwoners, deze kracht van de samenleving die mijn werk elke dag weer de moeite waard maken. Die de tegenbeweging vormen voor afhaken en apathie, die laten zien hoe we samen nieuwe impact kunnen maken. Want burgerkracht is het hart van de samenleving.

Deel dit bericht.

Meer informatie.

Volg ons.

Gerelateerd.

© 2020 CMO STAMM - Disclaimer - Privacyverklaring

X