Mobiliteit van ouderen draagt op drie manieren bij aan hun welzijn: sociaal, fysiek en psychologisch.

Langer thuis wonen in krimpgebieden

29 januari 2016

Mobiliteit en welzijn van ouderen

Ouderen blijven langer thuis wonen. Dit is, zo blijkt uit onderzoek, goed voor het welzijn van ouderen. Echter in krimpgebieden kan langer thuis wonen een negatief effect hebben op het welzijn van ouderen. Ouderen zijn minder mobiel en dat maakt hen afhankelijk van anderen en dat heeft weer een negatieve invloed op hun welzijn. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Wat ouderen beweegt. Mobiliteit en Welzijn van Ouderen in Krimpgebieden’ van CMO STAMM in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen en verschillende andere partijen. Om het welzijn van ouderen in krimpgebieden te kunnen behouden, beveelt het onderzoek aan om ontmoetingsplekken voor sociale activiteiten en gezondheidsvoorzieningen in de dorpen te behouden, in de nabije leefomgeving van ouderen en zelfstandig bereikbaar.

Krimpgebieden hebben te maken met een dalend inwoneraantal. Daarnaast vergroten voorzieningen hun voorzieningsgebied. Door deze factoren kunnen voorzieningen in de gebieden niet goed in stand worden gehouden, waardoor veel voorzieningen verdwijnen. Omdat ouderen verminderd mobiel zijn, kunnen zij deze voorzieningen minder makkelijk bereiken, wat een negatief effect op hun welzijn kan hebben. Afstudeerstagiair Eelco Bos heeft voor zijn master Culturele Geografie (RUG) onderzoek gedaan naar de relaties tussen de mobiliteit en het welzijn van ouderen in krimpgebieden. Ook heeft hij gekeken naar de manier waarop het welzijn van deze ouderen behouden of vergroot kan worden.

Aan het onderzoek hebben ouderen uit verschillende dorpen in Groningen en Drenthe (Veendam, Bellingwolde, Emmen en Weiteveen) meegewerkt. Deze ouderen hebben een week lang een GPS-apparaatje bij zich gedragen, die hun verplaatsingsgedrag registreerde. Ook zijn zij geïnterviewd. Met deze interviews werd inzicht verkregen in de perceptie van de deelnemende ouderen op hun mobiliteit, hun welzijn en in de behoefte die zij aan voorzieningen in hun nabije omgeving hebben. Aan de hand van al deze informatie zijn de relaties tussen de mobiliteit en het welzijn verklaard.

Het onderzoek wijst, net als ook andere onderzoeken doen, erop dat onafhankelijke mobiliteit een sleutelrol speelt in de relatie tussen mobiliteit en welzijn. Afhankelijke mobiliteit heeft namelijk een negatieve invloed op het welzijn van ouderen. Daarnaast zijn er drie functies van mobiliteit die bijdragen aan het welzijn. De eerste functie is de sociale functie. Met mobiliteit kunnen namelijk anderen worden bereikt en een sociaal netwerk worden onderhouden. Daarnaast geeft mobiliteit een sociale status aan mensen, wat goed is voor hun welzijn. De volgende functie is de fysieke functie, omdat mobiliteit en in beweging zijn goed is voor de lichamelijke gesteldheid. Tot slot is er de psychologische functie. Mobiliteit geeft namelijk de mogelijkheid om ‘er tussen uit’ te gaan, wat afwisseling in het leven geeft. Deze bevindingen wijzen erop dat verminderde mobiliteit resulteert in een lager welzijnsniveau. Desondanks beoordeelden alle deelnemende ouderen hun welzijn positief. Dit komt doordat zij ‘adaptief’ reageren op hun beperkingen en zo hun welzijnsniveau behouden. Zo accepteren zij hun situatie en vergelijken zij zich met anderen, die in vergelijkbare situaties ‘slechter af’ zijn. Ook passen de ouderen hun (mobiliteits)gedrag aan en gebruiken ze hulpmiddelen en sociale ondersteuning om mobiel te kunnen blijven.

Door deze ‘adaptieve’ reacties geven alle ouderen aan een goed welzijnsniveau te hebben. Toch kunnen er maatregelen genomen worden om het welzijn van ouderen in krimpgebieden te behouden. De afstand tot voorzieningen speelt namelijk ook een rol in de relatie tussen mobiliteit en welzijn. Daarnaast wordt welzijn ook bepaald door de leefbaarheid van de omgeving en dus onder andere door de bereikbaarheid van voorzieningen. Het voldoen in de behoefte aan bepaalde voorzieningen zal dus een positieve invloed op het welzijn van ouderen hebben en maakt ook het langer thuis wonen in krimpgebieden beter mogelijk.

Uit het onderzoek blijkt dat de ouderen die aan het onderzoek hebben deelgenomen, bepaalde voorzieningen in hun omgeving missen. Wat hierbij als eerste opvalt, is dat men gewend raakt aan feit dat bepaalde voorzieningen er al langere tijd niet meer zijn of er nooit zijn geweest. Voorzieningen die dreigen te verdwijnen of recentelijk verdwenen zijn, mist men daarentegen wel. Het gaat hierbij als eerste om sociale ontmoetingsplaatsen. Zo is in Bellingwolde (Groningen) de supermarkt verhuisd en in Weiteveen (Drenthe) het zalencentrum gesloten. Ouderen uit deze dorpen geven aan deze ontmoetingsplaatsen te missen, omdat ze hierdoor sociale contacten zijn verloren. De aanbeveling is daarom om voorzieningen voor sociale activiteiten in de dorpen zelf te behouden. De sociale netwerken van ouderen bevinden zich namelijk hoofdzakelijk in hun nabije omgeving en het kunnen bereiken van sociale contacten is goed voor het welzijn. Daarnaast kunnen ouderen deze voorzieningen zelfstandig bereiken. Hiermee wordt afhankelijke mobiliteit voorkomen, wat goed is voor het welzijn.

De tweede categorie voorzieningen die gemist wordt, zijn gezondheidszorgvoorzieningen. Ouderen maken namelijk veel gebruik van de gezondheidszorg. Vanwege hun verminderde mobiliteit zijn zij echter vaak afhankelijk van anderen voor bijvoorbeeld het halen van medicijnen of het bezoeken van een huisarts. Door ook deze voorzieningen in de dorpen zelf te faciliteren, kan dus een groot deel van de afhankelijke mobiliteit worden voorkomen. Hiervoor kunnen ook ‘creatieve’ voorzieningen worden ingezet. Hierbij gaat het om bijvoorbeeld een afhaalpunt voor medicijnen of een huisarts die elke dag van de week in een ander dorp aanwezig is.

Deel dit bericht.

Meer informatie.

Volg ons.

Gerelateerd.

© 2019 CMO STAMM - Disclaimer - Privacyverklaring

X